Zorg moet met superdiversiteit leren omgaan

 

In het november-december-nummer van het tijdschrift Huisarts Nu van Domus Medica verscheen een bijdrage over Mopa, de vzw Moslims en Palliatieve Ondersteuning. Guy Tegenbos schreef aansluitend een column in dat nummer.

https://www.domusmedica.be/documentatie/huisartsnu/7247-huisarts-nu-nov-dec-2017.html

 

Onderstaande tekst is een uitgebreidere versie ervan.

 

 

 

Zorg moet met superdiversiteit leren omgaan

Zeg dat de ouders het gezegd hebben.

 

Mopa – “Moslims en Palliatieve Ondersteuning” dat beschreven wordt in dit nummer van Huisarts Nu – is heel goed initiatief. Want er is inderdaad een probleem. Een aantal ouder wordende immigranten maakt weinig gebruik van het zorgaanbod dat wij kennen en zeker van de palliatieve zorg en de begeleiding bij het levenseinde.

Als ze dat bewust willen, is dat hun goed recht natuurlijk, maar het mag niet zijn dat dit gebeurt omdat ons aanbod voor hen ontoegankelijk of onaangepast zou zijn. En dat is ten dele wel zo. Hun laatste levensjaren en –dagen verlopen daardoor veel minder goed dan zou kunnen. Zij hebben recht op beter.

Vandaag gaat dit vooral over een groot deel van de omvangrijke eerste generatie geïmmigreerde Turken en Marokkanen – overwegend moslims – die intussen bejaard tot hoogbejaard zijn. Dat is een redelijk homogene groep waarvan de waarden gebruiken goed in kaart te brengen zijn. Dat maakt het mogelijk het ondergebruik van het zorgaanbod bij te sturen.

Het is goed dat een initiatief als Mopa focust op een aflijnbare doelgroep als deze. Want de palliatieve werkers, en de hele zorgsector moeten de gevoeligheid voor diversiteit absoluut in de vingers krijgen. We gaan die vaardigheid in de toekomst heel erg nodig hebben.

De diversiteit zal alleen maar toenemen.

 

De kinderen

De kinderen van deze eerste generatie bijvoorbeeld – die over 20 jaar dezelfde leeftijd bereiken – hebben al een heel andere houding en zullen op hun 70, 80 anders denken en handelen dan hun ouders nu. En misschien ook altijd iets anders dan de gemiddelde inwoner van Vlaanderen.

En de kleinkinderen, de derde generatie, zullen nog anders denken.

Bovendien mogen we niet enkel kijken naar deze twee landen van herkomst. Er zijn nog andere specifieke groepen die hier al lang vertoeven: Joden, Italianen, Congolezen. Bovenal verandert de immigratie vandaag razendsnel. In Brussel is de bevolking met een Oost- en Centraal-Europese oorsprong sinds kort groter dan die met een Magreb-achtergrond.

De moslims die het jongste decennium immigreerden, komen uit andere Noord-Afrikaanse landen, uit het Midden-Oosten, uit sub-Sahara-landen, uit Azië en die brengen naast die ene religie, toch andere waarden en gebruiken mee.

Naast de Moslim-godsdienst zijn er ook andere religies die sterk groeien door immigratie; ook veel christelijke kerken kennen een revival hier, dank zij immigranten uit onder meer Afrika, en Midden- en Zuid-Amerika.

 

Cultuur en sociale ongelijkheid

Overigens leert lectuur van wat Mopa aanreikt over de gebruiken van de eerste generatie Magreb-immigranten, dat op zekere punten onze ‘autochtone’ voorouders vergelijkbaar dachten.

En in het omgaan met het zorgaanbod spelen zeker niet alleen religieuze factoren maar veel bredere cultuurelementen. De zogenaamde allochtone bevolking maakt ook niet op uniforme wijze gebruik van het zorgaanbod. Er zijn grote sociale verschillen in onze bevolking vast te stellen naargelang de sociale groep waartoe men behoort. Er zijn ook individuele verschillen: er zijn mensen die alles willen weten en alles zelf willen beslissen, er zijn er ook die gebruik maken van ‘het recht om niet te weten’.

De conclusie is dat diversiteit en zelfs superdiversiteit de regel wordt en dat heel de zorgsector moet leren omgaan daarmee: bij ieder individu voorzichtig zoeken naar zijn wensen en opvattingen, respectvol nagaan of er remmingen zijn die een bepaald gebruik van het zorgaanbod in de weg staan, en zien of en hoe hieraan te verhelpen is.

Dat is moeilijk, maar het is een houding en een vaardigheid die aan te leren is. En die moet aangeleerd worden. Niet enkel in de zorgsector.

 

Gezagsargument

Ik heb van heel dichtbij meegemaakt hoe 24 ouders – uit alle rangen en standen en kleuren en gezindten – bij de Koning Boudewijnstichting, op vraag van minister van Onderwijs, Hilde Crevits, definieerden wat het onderwijs volgens hen moet bijbrengen (*). Het was hun visie op de Eindtermen waarmee Vlaams Parlement en Vlaamse regering nog bezig zijn.

Die superdiversiteit, en kennis, inzicht, begrip en waardering ervoor, en de vaardigheid om daar positief mee om te gaan, waren de eerste dingen die de ouders eensgezind naar voren schoven. Niet enkel voor de zorgsector, maar voor de hele samenleving. Alle jongeren mòeten daarmee leren omgaan, vonden ze.

 

Is niet iedereen daarvan al overtuigd? Gebruik voor een keer maar eens een gezagsargument. Zeg dat onze ouders het gezegd hebben.

 

 

(*) Konig Boudewijnstichting: Advies van het ouderpanel: Het secundair onderwijs kan jongeren beter voorbereiden op de samenleving van morgen. 2016.

https://www.kbs-frb.be/nl/Activities/Publications/2016/20160126PP