Gaan we nog een jaar dezelfde dingen fout doen?

Deze column is ook te lezen op de site van De Standaard

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180109_03289736

 

 

Na tien dagen 2018 ben ik al diep teleurgesteld. Ondanks alle goede voornemens blijven we in belang­rijke dossiers dezelfde fouten maken. Er is niets veranderd aan onze slechte gewoonten. Dit land rijdt zich daardoor hopeloos vast. Letterlijk met zijn files, figuurlijk met zijn politiek gekibbel. Maar ook de werk­gevers stellen teleur: ze blijven achterhaald rekruteren. Daardoor mislopen we veel banen en welvaart.

De files van 2018 – u hebt het ook al gezien – zijn even lang of zelfs langer dan die in 2017. Ze zullen de records van vorig jaar zeker breken, want er is niets veranderd aan de oorzaken. Taxshift, belastingvrij bijverdienen en mobiliteitsbudget hebben nog niets gewijzigd aan het feit dat een ­bedrijfswagen nog altijd veel voordeliger is dan een loonsverhoging. Het aantal salariswagens en de daarmee gereden kilometers blijven stijgen, en de leasingmaatschappijen blijven diesels leveren die de longen van onze kinderen en kleinkinderen aantasten.

Het torenhoge verlies aan privé- en dure arbeidstijd verleidt ons als individu of als werkgever niet tot ander gedrag. En NMBS-ceo Sophie Dutordoir heeft treinreizen nog niet aantrekkelijker gemaakt. De overheid praat over de files, maar doet er weinig aan.

Geef ons een ‘mei 2018’,

een revolte die ons van onze

slechte gewoonten bevrijdt

Vaak praten onze regeerders overigens niet, maar schelden en kibbelen ze. Dat is mijn tweede diepe teleurstelling.

Jaren geleden beloofden ze beterschap. Ze beslisten alle verkiezingen te laten ­samenvallen, behalve de lokale. Ze deden dat omdat ze zichzelf kenden, zegden ze. Als er om het jaar of om de twee jaar verkiezingen plaatsvinden, zitten we voort­durend met electorale koorts en voeren we geen goed beleid. Als we om de vijf jaar alle verkiezingen tegelijk houden, zijn we in de tussentijd veel rustiger en is er ruimte om langetermijnbeleid te voeren.

Federaal kwam daar niets van in huis. Sinds dag één van de regering-Michel zijn de Vlaamse regeringspartijen aan het kibbelen en dat is in de eerste dagen van 2018 nóg erger geworden. We hebben nog nooit zoveel politiek geruzie gehad onder regeringspartijen. De ruzies zijn zelfs zo groot dat de oppositie niet eens duidelijk kan ­maken dat zij het niet eens is met de regeringspolitiek.

In de paars-groene regeerperiode (1999-2003) was er de ‘open debatcultuur’ tussen rood, blauw en groen. Toen spraken regeringspartijen elkaar tegen, maar dat eindigde relatief vredig: iedere partij kreeg iets en zweeg. Nu gaat het er vooral om te ‘polariseren’ en zichzelf zo te ‘profileren’ dat de collega-regeringspartij in een slecht daglicht komt. Zielig.

Het duidelijkste gevolg van de samenvallende verkiezingen is dat de partijen – doordat er geen verkiezingen waren – hun bankrekeningen hebben kunnen aandikken tot oneerbare hoogten. Van een goed en consistent beleid dat de langetermijntoets doorstaat, is er intussen niet veel te bespeuren.

Werkgevers vinden vaak geen

werknemers omdat ze fout zoeken

Mijn derde diepe teleurstelling na tien dagen situeert zich bij de werkgevers. Velen van hen jammerden de eerste dagen van 2018 alweer dat ze niet de geschikte werknemers vinden. En dat klopt ook. Maar voor een groot deel komt dat doordat ze fout zoeken en blijven zoeken.

Ze zoeken in tijden van arbeidskrapte naar jongeren van 25 met vijf diploma’s en tien jaar ervaring. Die zijn er natuurlijk niet. Veel werkgevers laten tal van talenten links liggen omdat ze zogezegd een beperking hebben, of een huidskleur of een naam die ‘vreemd’ lijkt. Ze vragen nog steeds ­diploma’s in plaats van competenties en ­talenten. Ze vragen vaak de kennis die gisteren nodig was, in plaats van vooruit te denken. Ze vinden het ook moeilijk te achterhalen wat jongeren motiveert. Daardoor zijn er veel projecten die welvaart en jobs zouden kunnen scheppen, maar die geen doorgang vinden of die verhuizen naar Roemenië of India.

Veel werkgevers investeren ook te weinig in de vorming van het aanwezige personeel. De bouwsector weet zeker dat de technologische doorbraak van nieuwe materialen en bouwprocessen, zoals 3D-printing, er binnen de vijf jaar komt. Maar zeldzaam zijn de bedrijven die hun personeel daarop voorbereiden. Velen wachten tot het hen ‘overkomt’.

Het tekort aan juiste arbeidskrachten ligt niet alleen bij de werkgevers, maar ook deels bij het onderwijs. Dat hanteert nog schema’s van midden vorige eeuw om jongeren naar studierichtingen te oriënteren. Het slaagt er niet in genoeg jongeren een STEM-opleiding te geven (wetenschap, technologie en wiskunde) die hen een toekomst garandeert. En dan maar klagen dat er geen ingenieurs en vaklui te vinden zijn.

Ik ben dus al diep teleurgesteld in 2018, nog voor het jaar goed en wel begonnen is. In belangrijke materies slagen we er niet in anders te denken en te handelen. Je zou gaan hopen op een nieuwe mei 68 – een mei 2018 – en een nieuwe jongeren­revolte die komaf maakt met onze slechte gewoonten en verstarde gedachten.