Een zorgstad? Wat is dat nu weer?

Column in ‘Artsenkrant’.          

Hasselt profileert zich als Zorgstad. Het zat in het nieuws vorige week. Is dat een trucje om patiënten aan te trekken voor zijn ziekenhuis en zijn lokale artsen, zoals het winkelaars aantrekt voor zijn handelscentrum?

Het oogmerk is anders. De stad, haar OCMW, haar wijkwerking, de huisartsenkring, het Jessa-ziekenhuis, de PXL-Hogeschool en intussen al 100 ambassadeurs hebben zich verenigd om van Hasselt een gezonde stad te maken en een stad waar voor burgers goede zorgverlening aanwezig is.

Ze moedigen de Hasselaren aan gezond te leven en voor zichzelf en hun naasten te zorgen, ze pogen de drempels in de dienstverlening weg te werken maar ook de drempels die de stad en haar gebouwen ontoegankelijk maken; ze zorgen dat iedereen de weg vindt naar de juiste zorg; ze spannen zich in om de Hasseltse ruimte zo gezond mogelijk te maken, om iedereen in beweging te krijgen, enzovoort.

Ze starten ook met de opbouw van buurtzorgnetwerken. Eerder was een groot vereenzamingsprobleem bij de ouderen aan het licht gekomen: van de 84-plussers onder de Hasselaren, kan 2,6% niemand contacteren in noodgevallen; bij 1% van hen komt nooit iemand langs en bij 6% gebeurt dat minder dan eens per week. De eerste stap in de opbouw van een buurtzorgnetwerk wordt gezet in de St.-Hubertuswijk: aan iedere 80-plusser worden 3 vrijwillige buren gekoppeld.

Andere projecten? In de kwetsbare wijk Terhilst worden de zorgnoden in kaart gebracht. De ‘GPS-Ouderenzorg’ geeft ouderen en hun mantelzorgers telefonisch informatie over zorgverlening voor ouderen. Er is een groep  ‘Hasselt Fietsstad’, er is een ‘drempelmeester’.

Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt tussen het Jessa-ziekenhuis en zijn specialisten, en de huisartsenkring. Een voorbeeld voor Vlaanderen. Collega-columnist Dirk Ramaekers kan daar alles over vertellen.

 

Dit is een opdrachtenpakket dat

alle gemeeenten te wachten staat

Hoort dit thuis in de reeks van leuke projecten die niet veel verder reiken dan de verkiezingsfolders van straks?

Neen. En toekomstige gemeentebestuurders wezen gewaarschuwd: dit is een opdrachtenpakket dat hen allen te wachten staat. De komende zes jaar komt een deel van het gewicht van het gezondheids- en welzijnsbeleid – vooral de regie ervan – te liggen bij de gemeenten. En dat is goed.

Vlaanderen verweeft de ziekenhuisnetwerken die groeien met de eerstelijnszorg, en verplicht de eerstelijn ook netwerken te vormen. Er komen eerstelijnszones die afspraken moeten maken. Welke taken die zones precies gaan opnemen en welke taken de (vaak te kleine) gemeenten, is nog niet duidelijk maar dat die twee samen veel te bedisselen zullen hebben, is wel duidelijk.

Gemeenten moeten nu al regie voeren voor het lokale kinderopvangaanbod. Geleidelijk zullen ze dat voor veel meer diensten moeten doen: de ouderenvoorzieningen, bijvoorbeeld. De aanwezigheid van huisartsen die in veel gemeenten een probleem wordt. De uitbouw van buurtzorgnetwerken. Enzovoort.

Iedere gemeente zal feitelijk een schepen voor welzijn en gezondheid moeten hebben, en dat zal niet de minste van de schepenen zijn.

Partijen en kandidaten houden daar best rekening mee.

Kiezers ook.

Zorgaanbieders eveneens.

 

Guy Tegenbos

Columnist De Standaard

Deze tekst verscheen in Artsenkrant van 19 januari2018

http://www.artsenkrant.be