Ook ministers spijbelen

Guy Tegenbos

Artsenkrant 18 januari 2019

Als de ministers van onze talrijke regeringen opmerkingen willen maken over het spijbelen van de jongeren die betogen voor het klimaat, moet hen onmiddellijk de mond gesnoerd worden (eventueel uitzondering gemaakt voor de minister van Onderwijs).

De ministers van Leefmilieu van de diverse regeringen spijbelen ook geregeld, en dat is veel erger.

Spijbelen

© Belga Image

 

Op 9 oktober 2018 bijvoorbeeld was er een cruciaal EU-klimaatoverleg in Luxemburg over de CO2-uitstoot van auto’s. De vier (sic) leefmilieuministers die we rijk zijn – een federale, een Vlaamse, een Waalse en een Brusselse – hebben een beurtrol voor zo’n bijeenkomsten. Geen van hen was present. De Waalse Carlo Di Antonio (CDH) had de zaak nog doorgeschoven naar zijn Waalse collega van Klimaat, Jean-Luc Crucke (MR) en die zag plots dat zijn agenda vol was. Een minister van Klimaat van het Waals gewest gaat zijn agenda toch niet verstoren voor onbenulligheden als een Europese vergadering over de CO2-uitstoot van auto’s, niet?

Dit gebeurt geregeld.

Bovendien haalt België geregeld niet het minimum op de proeven. Voor veel milieu-indicatoren zit België maar in de middenmoot of nog lager.

En het volhardt in de boosheid. Op 4 december stemde België, bijna als enig land, in de Europese Energieraad tégen de nieuwe Europese richtlijn over energie – besparing. Onbegrijpelijk.

Nog eens twee dagen eerder (2/12) negeerden onze politici de 75.000 burgers die de grootste milieu – betoging ooit hielden in ons land ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van Katowice. De politiek van links en rechts had die dagen alleen aandacht voor ‘Marrakesh’: de regeringscrisis die de N-VA uitlokte om onrust te zaaien over ‘de migratie’ zodat ze haar kiescampagne daarop kan richten. Schande.

Onze spijbelende en betogende jongeren hebben gelijk. De Belgische overheden scoren middelmatig tot ondermaats op milieuvlak.

De politiek begint zich te verdedigen. Meerdere ministers willen de jongeren ontvangen om hen te overtuigen dat ze het o zo goed hun best doen en al o zo veel maatregelen genomen hebben.

Je best doen, en ‘van alles doen’ en ‘veel maatregelen nemen’, dat helpt allemaal niet als je niet de minimale resultaten behaalt, weten de jongeren. Zij moeten de lijsten van ‘maatregelen’ die de politici voorleggen, negeren in die discussies, en enkel over de resultaten van het beleid spreken. En die zijn op vele vlakken ondermaats.

Wie de jongeren daarbij wil helpen – en dat hebben ze nodig – wapent hen best met gegevens over de resultaten van het beleid en niet over ‘de maatregelen’ waarmee onze ministers schermen.

.
.
.
.
.
.
.
.
.

 

De klimaatactie in Zij-Zicht

 

HET KLIMAAT, DE VROUWEN  & STEM

 

Intussen valt het op dat de vrouwen in deze acties op de eerste

rij staan. De initiatiefnemers zijn vrouwen, het grootste aantal

betogers ook.

Het klopt dat de vrouwelijke leerlingen en studenten doorgaans

erg gevoelig zijn voor milieu- en klimaatproblemen. Dat

weerspiegelt zich echter maar beperkt in hun studiekeuzen.

In de STEM-opleidingen (wetenschappen, technologie,

ingenieurs- en ontwerpkunde, wiskunde) zijn ze zwak aanwezig

terwijl we precies heel veel goed gevormde mensen in deze

richtingen nodig hebben, om innoverend te zijn en een

beter milieubeleid te kunnen uittekenen en uitvoeren.

De STEM-opleidingen geven doorgaans te weinig aandacht

aan ‘waartoe dient deze opleiding’ en ‘hoe kan ik de wereld

daarmee verbeteren’. Willen ze meer vrouwelijke leerlingen

en studenten aantrekken, moeten ze die weg op.

Spijbelen

© Belga Image