Hervormen zonder voorspel?

De zesde staatshervorming liet in sommige domeinen een puinhoop aan versnipperde bevoegdheden achter. Waarom spreekt geen enkele partij over een plan om dat te corrigeren?

In zijn column ‘De Bomen en het Bos’ in De Standaard van 20/2/2019 gaat Guy Tegenbos daarop in.

 

Lees het in De Standaard:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190219_04187296

 

 

Of lees het hieronder:

 

 

De zesde staatshervorming (2011-2014) was een van de omvangrijkste die we kenden. Ze hield niet alleen de splitsing van BHV en de afschaffing van de Senaat in, maar ook de overheveling van 20 miljard aan bevoegdheden en 12 miljard aan belastingheffing van de federatie België naar haar deelstaten. Maar het was voor iedereen die de zaak volgde meteen duidelijk dat de zesde staatshervorming niet de laatste kon zijn. De overgedragen bevoegdheden waren zo versnipperd dat een nieuwe staatshervorming onvermijdelijk was, toch als je een minimum aan samenhang in het beleid nastreeft.

Eén sector werd tot algemene verrassing in zijn geheel overgedragen: de kinderbijslag. Al de rest is een lappendeken van versnipperde bevoegdheden. Het grootste slachtoffer is de gezondheidssector, die almaar onbestuurbaarder wordt omdat telkens slechts halve stukken bevoegdheden en budgetten worden overgeheveld.

Een aangespoelde potvis

is Vlaams bij eb en wordt

weer federaal bij vloed.

Ook in sectoren als gehandicaptenzorg, verkeer en spoorwegen, justitie, werk- en werkloosheidsregels, energie en milieu wordt het voeren van een deftig beleid afgeremd door de onlogische en onwerkbare verdeling van de bevoegdheden die de communautaire strijders achterlieten. Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) maakte er onlangs nog een grapje over: een potvis die aanspoelt op het strand van Blankenberge, is Vlaamse materie zolang het eb is, maar als de vloed opkomt en de potvis weer in het water ligt, is federaal België bevoegd. Zes uur later, bij eb, is hij weer Vlaams.

Een zevende staatshervorming moet komaf maken met de onlogische verdeling van bevoegdheden. Het probleem is dat politici daar niet meer over spreken. In een normaal federaal land wordt een herverdeling van bevoegdheden tussen de federale staat en de deelstaten voorafgegaan door een ruim debat onder de betrokken groepen, onder de politieke partijen en tussen de federale en de deelstaatbestuurders. België was daarin kampioen. Aangezien we om de acht tot tien jaar een gevecht over de bevoegdheidsverdeling organiseren, hebben we daar zelfs rituelen voor ontwikkeld.

Het ritueel is doorbroken. De

betrokkenheid van de

samenleving valt weg.

Het begint telkens met Vlaamse samenlevingsgroepen – de artsen en de zieken­huizen bijvoorbeeld – die misbaar maken omdat ze niet langer het aan hun visies onaangepaste federale beleid willen ondergaan en eisen dat er een Vlaams beleid komt. De meeste Vlaamse partijen nemen die eis over. De Franstalige groepen en partijen verwerpen die voorstellen meteen, omdat ze vrezen iets te verliezen. Een tijdlang vindt er een mobilisatie plaats aan beide zijden van de taalgrens. De spanning wordt ten top gedreven. Dat duurt even tot er genoeg van dat soort dossiers op het vuur staan te pruttelen en het tijd wordt voor een groot compromis. De Franstalige partijen aanvaarden dan dat stukken van de geëiste bevoegdheden worden overgedragen en de Vlaamse partijen geven in ruil extra geld.

Het is een ritueel dat veel nadelen heeft, maar er is een ruim democratisch publiek debat voorafgegaan aan de beslissing. De ultieme beslissing valt in achterkamertjes, dat wel. Vandaag werkt dat ritueel niet meer. In het werkveld weet iedereen boven en onder de taalgrens dat de bevoegdheidsverdeling zo kaduuk is als wat. Maar politiek spreekt niemand erover. Ook de media pikken het probleem niet op.

Zevende staatshervorming nodig om onlogische

verdeling van bevoegdheden te corrigeren.

De N-VA heeft haar corebusiness, het communautaire, opgeborgen. De andere – kleine – Vlaamse partijen kijken naar grote broer en zwijgen ook. Van de weeromstuit hebben de Franstalige partijen en degenen die bevoegdheden willen herfederaliseren, ook geen discussiestof meer. Onderhuids broeden al die dossiers, een oplossing wordt dringend, maar dat vindt geen weerklank op politiek niveau.

Eind januari haalde de N-VA het communautaire thema toch boven. Maar met de mededeling dat ze vroegere staatshervormingen niet wil corrigeren. Alleen een totale overstap naar confederalisme kan haar bekoren: alle bevoegdheden naar de deelstaten, die dan Defensie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en de staatsschuld teruggeven aan de confederatie België.

Daarin wil voorlopig geen enkele Vlaamse of Franstalige partij meestappen. De discussie valt dan ook compleet stil. Hier en daar doet iemand een beetje moeite: CD&V bijvoorbeeld voor de gezondheidssector, maar dat is het dan. Van het klassieke democratisch voorspel, een ruime publieke discussie, is geen sprake.

Ofwel veranderd er niets, hoewel het nodig is.

Ofwel verandert er iets zonder voorafgaand debat.

Wat kan er gebeuren? Ofwel verandert er niets, hoewel het nodig is. Dat is het meest waarschijnlijke. Ofwel komt er in extremis toch iets, als de N-VA tot een compromis bereid is, of als de andere partijen erin slagen, zoals in 2011, zonder de N-VA een staatshervorming door te voeren. Dat is onwaarschijnlijk. Maar als het gebeurt, is het een hervorming zonder het democratische voorspel van een publieke discussie.