Het regent memorandums. En waar staat de patiënt?

Column, verschenen in ‘De Huisarts Nu’, maart april 2019

Vogels leggen hun ei in mei; drukkingsgroepen doen dat vòòr de maand mei. Op 26 mei van dit jaar hebben de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen plaats. En iedere groep die zichzelf respecteert en die iets te eisen of te verwachten heeft, komt daarom deze dagen met een memorandum naar voren: een lijst van eisen die de politici zich moeten herinneren (memorare in het Latijn) als ze hun verkiezingsbeloften formuleren en als ze later regeerakkoorden sluiten. 

Het is een oude gewoonte, maar ze is helemaal gedemocratiseerd de jongste jaren, zeker in de gezondheids- en welzijnszorg. Ìedere groep heeft daar zijn memorandum. Dat is niet verbazend: het budget is daar niet oneindig maar de noden zijn dat wel, omdat er zoveel zorgvragers zijn, maar ook omdat er zoveel zorgaanbieders zijn.

Bij de vorige verkiezingen was er een Kievitgroep die als leidinggevend naar voren trad: een 25-tal experts die onder leiding van wijlen professor Ivo Nuyens een samenhangend geheel van hervormingen eisten; hun documenten werden richtinggevend voor de gezondheidsparagrafen in zowel het federale als de Vlaamse regeerakkoord. Ze zijn ook gedeeltelijk gerealiseerd.

Dit keer zijn er twee groepen die deze leidende rol pogen over te nemen. 

Vooreerst een groep van twaalf experts die optreden onder de vlag ‘Helping people live the healthiest lives possible’; hij omvat onder meer ziekenfondsbaas Luc van Gorp (CM), Marc Noppen (UZ Brussel), Raf De Rijcke (Broeders van Liefde), Piet Vanthemsche (Witgele Kruis), Pieter Van Herck (Voka), gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent), enzovoort. 

Zij vragen vooral een rationeel beleid dat doelen durft stellen en durft meten of die bereikt worden, met een toekomstgericht betalingsmodel (minder betalingen per prestatie), met geïntegreerde zorg en stimulansen voor kwaliteit en veiligheid, mikkend op participatie maar ook op responsabilisering van de burger.

Daarnaast is er Zorgnet/Icuro, de koepel van de Vlaamse ‘instituten’: ziekenhuizen, woonzorgcentra en psychiatrische ziekenhuizen. Die werpt zich op als grote coördinator van àlle vragen die met zorg te maken hebben, ook van buiten ‘de instellingen’ en dus ook van de ambulante zorg, de eerstelijnszorg, de welzijnszorg, enzovoort.

Daarnaast zijn er nog vele tientallen beperktere memorandums, soms van kleine patiëntengroepen of organisaties van beroepsbeoefenaars die hun belangen verdedigen, soms van hele sectoren of subsectoren.

Opvallend is dat de sector van de geestelijke gezondheid dit jaar voor de allereerste keer gezamenlijk naar voren treedt. Een Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid definieerde in maart de gezamenlijke eisen.

In al die eisenbundels verdwijnt de scheidingslijn tussen gezondheids- en welzijnszorg. Dat verheugend feit heeft te maken met het toenemend belang van de chronische zorg. Het medische kan daarin niet langer zijn dominante rol handhaven. Niet de medische ingrepen maar de zorg is dominant voor de ouderen en de chronische patiënten. 

Dat helpt de hele zorgsector meteen overhellen naar de nieuwe inzichten.

In 2002, toen de patiëntenrechtenwet tot stand kwam, was sprake van de ‘informed consent’: het parternalisme was ten einde: de arts moest de patiënt voortaan zodanig inlichten dat ze samen konden beslissen wat er medisch zou gebeuren.

De arts behield evenwel zijn centrale rol.

Het nieuwe inzicht anno 2019 is dat de patiënt hoe langer hoe meer zelf aan het stuur van zijn zorg moet zitten. Hij bepaalt wat relevant is voor zijn verder leven en daaruit wordt zijn zorgprogramma afgeleid en ook wat medisch relevant is voor hem. 

We zijn dus toe aan een nieuwe patiëntenrechtenwet. De zorgvrager is voortaan de meest centrale figuur.  Men moet voortaan vanuit het standpunt van de patiënt naar de zorg moet kijken, en niet langer vanuit het standpunt van de zorg(aanbieder) naar de patiënt. 

In de meeste memorandums die al klaar zijn, is nog sprake van ‘de patiënt centraal stellen’. Dat wil zeggen dat nog vooral de zorgaanbieders centraal staan: dat vooral zij bepalen wat er gebeurt.  

Dat zal de komende jaren of decennia geleidelijk moeten verschuiven. De patiënt zal centraal staan.

En zo hoort het voortaan ook.

Guy Tegenbos

Columnist bij De Standaard en Huisarts Nu.