Politieke genieën hebben we nodig


Lees deze column ‘De Bomen en het Bos’ in De Standaard van 8 mei 2019: http://www.standaard.be/cnt/dmf20190507_04381966

Een verkiezingscampagne is er om de zaken simpel voor te stellen. ­

Alle vonnissen moeten worden uitgevoerd. Iedereen moet een pensioen van minimaal 1.500 euro krijgen. De opwarming van de aarde moeten we onder de 2 graden houden.

Daar is in principe niets mis mee. Zulke formuleringen hebben als voordeel dat ze herkenbare doelen vastleggen voor de regeringen die daarna aantreden. Het nadeel is dat ze vaak een hypercomplexe materie oververeenvoudigen. Zo blijken intussen alle partijen gewonnen voor een pensioen van 1.500 euro voor iedereen. Maar ze zeggen niet onder welke voorwaarden en wat ze allemaal meerekenen. Verwarring alom. Het voorstel is ook niet realistisch. Bij de werknemers heeft maar een kleine minderheid een pensioen van 1.500 euro, bij de zelfstandigen bijna niemand. Waar halen we dat geld dan? En geven we ­iedereen een gelijk pensioen, of ze nu heel hun leven gewerkt hebben, te vroeg gestopt zijn of nooit gewerkt hebben?

De nieuwe minister van Pensioenen moet een genie zijn, of het alleszins beter doen dan zijn voorganger. De regering-Michel kreeg bij haar aantreden een voorstel cadeau van de pensioen­commissie, de twaalf knapste koppen die België had voor dat thema. Ze heeft het volledig verknald.

Ze heeft niets hervormd, alleen enkele besparende puntjes uit het voorstel geplukt en die eenzijdig door­gevoerd: de pensioenleeftijd verhoogd en sommige groepen wat pensioen afgenomen. Op het eind heeft ze gauw aan bijna iedereen beloofd dat zijn bezigheid als ‘zwaar beroep’ erkend zou worden, waarna hij toch vervroegd met pensioen zou kunnen gaan.

De nieuwe minister moet opnieuw de knapste koppen van het land bijeenbrengen. Samen met hen, en met vertegenwoordigers van de jongeren en de sociale partners, moet hij een nieuw stelsel ontwerpen dat de komende vijftig jaar de solidariteit tussen de generaties gestalte kan geven, dat mensen beloont naarmate ze langer gewerkt hebben en dat robuust genoeg is om vanaf dan iedereen een pensioen van minstens 1.500 euro te garanderen. Dat is iets moeilijker dan een tweet versturen.

Rege­ring- Michel heeft het volledig

verknald op het vlak van pensioenen 

Even moeilijk zal de nieuwe minister van Werk het hebben. Het lijdt geen twijfel dat het Grondwettelijk Hof straks voor de derde keer de regering en sociale partners een blaam zal geven en zal sommeren om een einde te maken aan de discriminatie waarvan de 1,2 miljoen arbeiders in dit land het slachtoffer zijn: zij hebben slechtere arbeidsvoorwaarden dan de bedienden, terwijl daar geen zinnige reden meer voor aan te halen is.

De werkgevers spelen de onschuld zelve, maar profiteren daar in stilte van. De vakbonden en de politieke partijen zeggen de arbeiders dat er niets aan de hand is.

De allerhoogste rechtbank heeft de regering en de sociale partners al tweemaal gesommeerd die discriminatie weg te werken. In 1993, 26 jaar geleden, en opnieuw in 2011. De laatste keer kregen de regering en de sociale partners nog exact twee jaar: als ze op 8 juli 2013 geen oplossing hadden, zouden vanaf 9 juli alle arbeiders die ontslagen werden, naar de rechtbank kunnen trekken en een even hoge ontslagvergoeding kunnen krijgen als bedienden.

Toenmalig minister van Werk Monica De Coninck (SP.A) sleurde maandenlang aan het dossier om op 5 juli 2013 een oplossing te vinden voor twee van de negen verschilpunten, waaronder de ontslag­regeling. Dat was voldoende om de grondwettelijke gemoederen even te bedaren.

Ondertussen zijn weer zes jaren voorbijgegaan. De regering wentelt het dossier af op de sociale partners en die kunnen het nog steeds niet. Van de resterende zeven knelpunten hebben ze er nog geen enkel opgelost. Voor eentje, dat van de aanvullende pensioenen, zijn ze tot in de helft geraakt.

De nieuwe regering moet meteen het heft in handen nemen, zelf voorstellen doen en de sociale partners dwingen om mee het onderscheid in de behandeling van arbeiders en bedienden weg te werken. Dat gaat over de aanvullende pen­sioenen waarin nog zeer grote verschillen bestaan tussen arbeiders en bedienden, het gewaarborgd loon bij ziekte, het vakantiegeld en de regeling rond de uitbetaling van het loon. Verder moeten ­dezelfde paritaire comités bevoegd worden, moeten de sociale verkiezingen ­anders georganiseerd worden en moet de samenstelling van de arbeidsrechtbanken aangepast worden.

In de meeste landen zou dat 25 jaar geleden al opgelost zijn. Hier moet de minister die dat op zijn bord krijgt een arbeidsrechtelijk en diplomatiek genie zijn om te kunnen afdwingen dat de 1,2 miljoen arbeiders krijgen waarop ze, volgens het Grondwettelijk Hof, sinds 1993 recht hebben. Politieke genieën, dat ware een goed idee. Kies daarom, als u op 26 mei de kandidatenlijsten voor u ziet, voor zo’n genie.

Guy Tegenbos is gewezen redacteur van De Standaard. Tweewekelijks laat hij zijn blik gaan over politiek en beleid.

Deze column is te lezen in De Standaard:http://www.standaard.be/cnt/dmf20190507_04381966