Vijf alternatieven voor Hertoginnedal

Column De Bomen en het Bos, verschenen in De Standaard van 19 juni 2019 https://www.standaard.be/cnt/dmf20190618_04467334

Drie weken na de aardschok van 26 mei zijn de partijen nog steeds bezig met de vraag ‘wie met wie’. De kiezer vindt dat stilaan welletjes en wil niet weten wie, maar wat er komen zal: welk beleid?

Als ze het moeilijk krijgen, vergaderen politici in België in kastelen zoals Hertoginnedal. De partijtechnocraten zitten klaar met dikke mappen vol fiches van de verkiezingsprogramma’s. Voor zeker vijf knelpunten zullen die mappen en de oude inspiratie niet volstaan. Ze vergen nieuwe denksporen en dus ook nieuwe vergaderkastelen.

1. Het eerste knelpunt is het klimaat. België en zijn deelstaten beweren goede plannen te hebben, maar de scores in de Europese klimaatmetingen blijven even slecht: we bengelen aan de staart. Sommige plannen, zoals de betonstop, waren op juridisch drijfzand gebouwd. Andere, zoals het rekeningrijden, zijn in de verkiezingscampagne aan flarden geschoten.

De internationale en Euro­pese klimaatafspraken moeten dringend worden ingevuld. De deelstaten en de federale staat moeten daarover gecoördineerd afspraken maken. De piste om de slechtste leerling van de klas – de federale overheid – in dat terrein opnieuw ‘baas’ te maken, werd intussen gelukkig verlaten.

De ideale vergaderlocatie voor het klimaat is het Atomium, dat toelaat elke politieke overheid een eigen vergaderbol te geven, terwijl ze samen kunnen overleggen en eten in de hoogste bol. Van daaruit hebben ze een goed zicht over heel het land. Dat bizarre bouwsel leert ook in één oogopslag dat als één bol wegvalt, de hele constructie instort.

2. Voor het tweede vraagstuk is het hoogste overheidsgebouw van België geschikt: de Pensioentoren. De vergaderzaal op de 37ste verdieping biedt een onovertroffen vergezicht dat inspiratie biedt voor het langetermijndenken dat nodig is om een nieuw pensioenstelsel te ontwerpen. Een commissie met alle academische specialisten legde in 2014 een gedegen voorstel voor. De aftredende regering verknalde het door alleen kortetermijnmaatregelen te nemen.

De partijen zouden op die 37ste verdieping het best een volledig nieuw pensioenvoorstel uitwerken, met de meerderheid, de minderheid en de sociale partners, niet met en voor de ouderen, maar met en voor de jongeren.

3. De derde kwestie is de particratie. Die moeten we beperken door de veel te brede geldstromen naar de partijsecretariaten te verminderen, door de politieke benoemingen stop te zetten en door de reusachtige kabinetten in te krimpen.

De ideale locatie daarvoor is het Inter­nationaal Perscentrum in het magnifieke art-decogebouw Residence Palace aan het Schumanplein, dat uitkijkt op het Berlaymontgebouw dat de Europese Commissie huisvest. Om de 500 miljoen Europeanen te besturen, heeft die 28 commissarissen – ministers – die elk zes kabinetsleden mogen hebben: samen 168. De zestig ministers van het piepkleine België en zijn deel­staten mogen ieder veertig tot negentig partijleden aanstellen in hun kabinetten, een leger van zo’n 3.600 ‘partijsoldaten’ dat niet eens in het Berlaymont­gebouw binnen zou kunnen.

4. Een omvangrijk deel van de bevolking heeft de centrumpartijen op 26 mei een oplawaai gegeven, in de eerste plaats vanwege het migratievraagstuk. Veel malcontente kiezers eisen, zoals in andere landen, strenge maatregelen. Niemand weet goed wat ze daarmee aan moeten. Partijen bieden tegen elkaar op, maar voelen dat dat niet gepast is. Diep en constructief nadenken daarover doen de partijen het best in het Ellis Island van België: Het Klein Kasteeltje. Fedasil verlaat binnenkort het gebouw waarvan de muren voor eeuwig het zweet en de tranen zullen uitademen van de generaties vluchtelingen en gelukszoekers die er verbleven.

5. De tweede groep ontevredenen – potentiële gele hesjes – strafte de partijen af omdat zij zich de pineut voelen, verlaten door alles en iedereen. Het zijn mensen aan wie de geneugten van de globali­sering voorbijgegaan zijn en die in on­zekerheid wegdrijven, die de facturen onhoudbaar zien stijgen en die verwachten dat de digitalisering en de dreigende milieulasten het laatste zullen afpakken dat ze nog hebben.

Over die groep en hun klachten kunnen de partijen het best vergaderen in Be.Central: de lege bovenverdiepingen van Victor Horta’s Centraal Station in Brussel. Daar zijn tientallen vzw’s bezig ontelbare mensen te helpen om toch aansluiting te vinden bij de nieuwe, digitale wereld.

De politiek moet ophouden

vijftigers en zestigers

te gebruiken als maat

voor alle dingen.

Vijf alternatieve kastelen voor vijf cruciale vraagstukken waarvoor de klassieke politiek geen pasklare antwoorden heeft. Al die plaatsen – dat is ook nieuw – zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. En je kunt er ook jongeren aantrekken. De politiek moet ophouden vijftigers en zestigers te gebruiken als maat voor alle dingen. Het klimaat, de pen­sioenen, de migratie, een propere politiek en een economie waarin iedereen meekan, is meer de zaak van de jongeren. En een frisse kijk daarop zal ook eerder van hen komen.