Het huishouden wordt verwaarloosd

Deze column ‘De Bomen en het Bos’, verscheen in De Standaard op 4 september 2019: https://www.standaard.be/cnt/dmf20190903_04590271

De federale onderhandelaars zijn nu al 100 dagen vruchteloos bezig. Ze laveren tussen de tegenstrijdige belangen van de partijen. Ze proberen een opening te vinden, maar zijn nog geen meter gevorderd.

Hoe komt dat? Dit federale land is een particratie. In zo’n land moeten de onderhandelaars niet eerst op zoek gaan naar maatregelen die het algemeen belang de komende vijf jaar het best dienen, maar naar zaken waarmee de betrokken partijen – die allemaal zwaar verlies leden – zich van die opdoffer kunnen herstellen. Met welke uitspraken, incidenten, tweets en beleidsaankondigingen kunnen zij de kiezers die wegliepen, heroveren?

Na honderd dagen is er federaal nog geen aanzet tot een gesprek over een toekomstig beleid, omdat er nog geen ‘match’ is tussen de partijen. Je kunt daar rationeel gezien begrip voor opbrengen, maar dat gaat wel regelrecht in tegen het algemeen belang. Zie de gevolgen voor het budget: een gat van 12 miljard euro tegen 2024.

De partijen zullen die kritiek afwijzen en zeggen dat ze beide doelen – partijbelang en algemeen belang – samen nastreven, en dat met de uitkomst van hun zoektocht naar de verzoening van de partijbelangen, ook het algemeen belang het best gediend is. Maar dat klopt natuurlijk niet. Het algemeen belang komt hier pas ná het belang van de partijen, terwijl het voorop zou moeten staan. Die toestand heeft veel nare gevolgen.

Als de partijen het ooit eens raken, zullen ze veel maatregelen aankondigen om de migranten strenger dan streng te behandelen, en om de samenleving harder te maken: meer en hardere straffen, minder mededogen en zorg. Daarmee hopen de partijen de misnoegde kiezer opnieuw voor zich winnen. Daarnaast zullen ze wellicht een akkoord sluiten over veel andere belangrijke beleidsdomeinen. De talloze pressiegroepen die onze samenleving rijk is en die naar de achtergrond zijn verdreven, zullen daardoor weer naar voren komen. Maar wat de partijen niet zullen overeenkomen, zijn maatregelen voor het goede beheer van het staatshuishouden. Het interesseert hen niet, en dat is al jaren zo. Er zijn drie domeinen die verwaarloosd worden.

1. De overheidsfinanciën. Het gat in de begroting loopt elke dag op, omdat er geen regering is. Maar geen partij ligt daarvan wakker. Het creëert bij hen geen sense of urgency. Als er ooit een regeerakkoord tot stand komt, zal daarin staan dat de regering het budget zal saneren, maar ze zal dit, net als de aftredende regering, niet doen. Te moeilijk. En de extra miljarden die ze zal lenen – boven op de staatsschuld – zullen niet dienen voor broodnodige investeringen, maar voor overbodige uitgaven.

2. De federale administraties. Men laat de ambtenarij langzaam leegbloeden. De partijen vinden ze alleen nog interessant voor politieke benoemingen. De federale ministers behouden wel hun 769 kabinetsmedewerkers. Er is geen bedrijf dat zo slordig omspringt met zijn medewerkers. De partijen produceren aan de lopende band wetten en reglementen, maar voor het federaal personeel dat die moet uitvoeren, hebben ze geen belangstelling.

3. De instrumenten die dienen voor de handhaving van de orde en de wetten. Justitie is zo kaduuk als wat. De politie krijgt soms extra wapens en tijdelijke militaire manschappen, maar ze kan haar taken niet aan. Ze heeft te weinig mensen op de juiste plaatsen en gaat gebukt onder een slechte organisatie. De erbarmelijke behandeling van gevangenen leidt tot een hoge recidive en tot nog meer overbevolking in de gevangenissen. Ministers komen en gaan, trekken en sleuren aan de dossiers. Maar tevergeefs, want de interesse van de partijen om daarvoor geld uit te trekken, is nihil.

De partijen denken dat het niet in hun belang is om op te komen voor die drie steunberen van de staat en voor de staatshuishouding. Het brengt geen kiezers op, zeggen ze. In een particratie domineert die overweging.

De partijen moeten tot de orde geroepen worden. Hun houding leidt tot een slechtere werking van belangrijke delen van de staat, onveiligheid, een slechte service en een daling van de welvaart. Ze verspillen belastinggeld en ondermijnen het vertrouwen van de bevolking in de overheid. En laat dat precies belangrijke redenen zijn waarom een deel van de kiezers de grote partijen afstrafte.

G