De wijzen komen uit het noorden

De tiende Vlaamse regerings­leider, Jan Jambon (N-VA), zegt dat zijn regering ‘naar het noorden zal kijken’. Hij bedoelt dat Nederland, de Scandinavische landen (Zweden, Noorwegen en Denemarken) en Finland gidslanden zullen zijn, want volgens Jambon doen die landen het erg goed. Vlaanderen wil, net als zij, een topregio in Europa worden.

Als dat het doel is, is het inderdaad zinvol om de blik naar het noorden te richten. De economische groei van de Scandinavische landen ligt hoger dan de onze. Hun innovatiekracht ook. De werkzaamheidsgraad van de bevolking bedraagt er meer dan 80 procent, die in Vlaanderen maar zo’n 72 procent (die in de rest van België 60 procent). Die noordelijke landen behoren tot de meest sociale landen, al neemt de inkomensongelijkheid er de laatste jaren toe (terwijl die in Vlaanderen gelijk blijft). De nieuwe Vlaamse coalitie onder leiding van de N-VA, spiegelt zich ook aan de Deense socialisten. Zij leggen strenge en harde voorwaarden op aan migranten om aanspraak te kunnen maken op de weldaden van de welvaartsstaat. 

Denemarken en Nederland zijn dé voorbeelden voor gemeentefusies. We moeten Jambon aanmoedigen om ook dat spoor te volgen. Want we kunnen nog veel meer leren van de noorderlingen dan de zaken die hij aanstipt.

Het eerste wat opvalt als je die landen bezoekt, is dat het openbaar domein zo verzorgd is. De stations en de toiletten zijn schoon. De treinen en bussen rijden stipt en zijn vlot toegankelijk voor personen met een beperking. De autowegen zijn glad, de verkeersborden netjes. Je ziet geen dagelijkse megafiles, omdat ze de plaatselijke Oosterweelverbindingen op tijd aanleggen en niet pas na twintig jaar verkeersellende. De fietspaden zijn breed en veilig.

Burgers onderhouden het voetpad voor hun huis. Ze respecteren de regels. Rechtbanken doen uitspraak binnen het jaar. Straffen worden uitgevoerd. Gevangenen worden niet opgestapeld in krotten, maar krijgen professionele re-integratiebegeleiding, waardoor ze minder snel hervallen.

In die landen heerst ook een ander beleidsklimaat. De politiek wantrouwt de instellingen en de administraties niet, maar respecteert ze. Het zijn niet de gepolitiseerde kabinetten die het beleid voorbereiden, maar ambtenaren – en die worden níét politiek benoemd.

Vereenvoudiging is er de regel, ook in de dienstverlening en de communicatie. Denemarken heeft één website voor alle contacten van de burger met zijn over­heden. De Vlaamse overheid praat daarover, maar heeft al meer dan zeshonderd verschillende overheidswebsites laten ontwikkelen en creëert er elke dag bij – niet voor de klant, maar voor de eigen glorie.

De politici in die noordelijke landen respecteren de budgettaire orthodoxie: je gaat niet in het rood voor courante uitgaven, alleen voor investeringen. Hun staatsschuld is beperkt.

Natuurlijk gaat de politiek ook daar geregeld over de waan van de dag, maar ze heeft wel een langetermijnbeleid. De instituten bereiden dat voor. De Nederlandse Wetenschappe­lijke Raad voor het Regeringsbeleid is het model. In Vlaanderen is naar analogie daarvan een voorstel uitgewerkt om een Vlaamse Weten­schappe­lijke Toekomstraad te ontwikkelen. De regering-Jambon kan bakens verzetten als ze dat voorstel uitvoert.

De politiek trok in die landen ook de sociale partners mee in het langetermijn­denken. In Zweden pleitten de vakbonden in de jaren 90 al voor een pensioenhervorming die langer werken zou aanmoedigen en belonen, omdat de werknemers anders te lage pensioenen zouden krijgen. Daar kwam een nieuw pen­sioenstelsel, hier niet. Onze pensioenen horen stilaan bij de laagste in Europa. Hier vragen de bonden nog steeds vervroegd brugpensioen en knipt de overheid nog verder in de bedragen.

Vlaanderen moet overgaan tot ‘goed bestuur’. Het moet zich losrukken van een reeks slechte bestuursgewoonten (die het vaak van België overgenomen heeft). Naar het noorden kijken kan daarbij helpen.

Deze column verscheen in De Standaard van woensdag 2 oktober.