Knappe koppen, verkeerd ingezet

Deze column verscheen in De Standaard van 11 december 2019 en kan ook aldaar gelezen worden: https://www.standaard.be/cnt/dmf20191210_04760574

Het zijn knappe koppen, de kabinetsmedewerkers die de Vlaamse minister van Klimaat, Zuhal Demir (N-VA), omringen (en de ambtenaren die zij gemobiliseerd hadden). Vrijdag was het Vlaamse klimaatplan nog niet klaar, maar na drie nachten ­rekenen, was het dat wel (DS 10 december). Meteen wisten ze dat hun 350 maatregelen de CO2-uitstoot niet met 35, maar toch met 32,6 procent zouden doen dalen in 2030.

Maandagochtend kon de Vlaamse ­regering die 350 maatregelen afkloppen en kon Demir op het nippertje naar Madrid vertrekken om de klimaattop te overtuigen dat Vlaanderen goed bezig is. Daarmee doet ze alleszins beter dan haar voorgangers in 2015: toen had de Vlaamse regering helemaal geen plan om voor te stellen op de top in Parijs. De aan­wezige ngo’s hebben België toen uitgeroepen tot ‘fossiel van de dag’.

De 350 maatregelen van het nieuwe plan zijn mee vormgegeven door de wellicht even intelligente medewerkers van de andere Vlaamse kabinetten. Die hebben er kritisch aan meegewerkt en erop toegezien dat de accenten van hun partij en hun minister, en de bekommernissen van hun achterban, erin werden meegenomen. Sommigen van hen hadden meegewerkt aan het klimaatbeleid van de vorige regering.

De experts en de administraties mogen van alles wikken, de regering met haar kabinetten zal beschikken.

Het wordt tijd dat iemand hulde brengt aan die kabinetslui die zulke klussen telkens weer, en vaak bij nacht en ontij, moeten klaren. Ze doen dat met grote expertise. Helaas worden hun intelligentie, hun expertise, hun vakmanschap en hun engagement op een foute manier ingezet.

De Vlaamse politiek met haar kabinetten lijdt aan chronische procrastinatieen stelt alles uit tot het laatste moment, omdat dat nu eenmaal onderdeel is van de politieke strijd onder de regeringspartijen en -kabinetten. Zelden ­worden samenhangende, ingrijpende maatregelen genomen. Meestal gaat het om een lange opsomming van kleinere, losse maatregelen, zodat iedere minister wel een mooi ideetje kan lanceren en ­elke regeringspartij kan bewijzen dat ze haar best gedaan heeft om haar achterban tevreden te maken.

Het ergst van al is dat niemand nog zijn normale rol kan spelen: niet de administratie, niet de studiediensten, niet de belangengroepen, niet de advies­raden, niet de experts. Samen met de administraties mogen die van alles wikken, de regering zal beschikken. Zij legt niet alleen de grote doelen en de eindbeslissing vast, via haar kabinetten neemt ze ook de voorbereiding, de beleidsver­kenning, de afweging, de zoektocht naar een draagvlak, het rekenwerk, de verkoop en zelfs de evaluatie van de maat­regelen voor haar rekening. Dat gebeurt in het besloten kader van de kabinetten en de interkabinettenwerkgroepen die met de knapste koppen werken. Pressiegroepen, studiediensten en burgerbewegingen moeten hun verantwoordelijkheid niet nemen. Ze mogen hun lijstjes afgeven aan de kabinetten en zullen achteraf wel zien en ondergaan wat ervan terechtgekomen is.

Wat een contrast met Nederland

Wat een contrast met Nederland, het land waar de regering-Jambon zegt de blik naar te richten. De ambtelijke en wetenschappelijke voorbereiding van het klimaatplan was daar al lang op voorhand begonnen. Daar is ook een heus Planburea voor de Leefomgeving dat grote onafhankelijkhied geniet. De voorbereidingen gingen er zelfs door toen er geen regering was.

De nieuwe regering legde de grote doelen vast die ze wilde bereiken. Daarna organiseerde ze vijf ‘thematische klimaattafels’ (industrie, mobiliteit, land­gebruik, elektriciteit en woningen), waaraan naar goed ­Nederlands gebruik alle betrokken organisaties, ambtenaren en wetenschappers deelnamen. Een ‘transversale’ tafel behandelde de topics die de thema’s overstegen.

Aan die tafels is grondig en heftig gediscussieerd. De milieubeweging sloeg ook al weleens met de deur, bijvoorbeeld als de industrie de CO2-opslag wilde meerekenen. Het proces leidde tot een aantal rapporten en voorstellen die ver gingen, maar waarvoor een draagvlak bestond en waarvoor organisaties zich ook konden en wilden engageren.

De ambtenarij en regering hebben die voorstellen daarna gestroomlijnd tot een echt plan. Een neutrale instantie, het Centraal Planbureau, kreeg de tijd om het grondig na te rekenen. Dat plan is dan voorgelegd aan en uitvoerig bediscussieerd met het parlement. En ruim van tevoren doorgestuurd naar de klimaattop. Nederland haalt de norm van 35 procent en doet het wellicht zelfs beter. En dat kan het bewijzen. Wat het zegt, is geloofwaardig. Intussen is wel weerstand gegroeid in sommige delen van de samenleving, onder meer in de bouwsector en de landbouw. Maar de regering heeft nu tijd om dat te monitoren.

Is dat allemaal typisch Hollands? Eigenlijk niet. Dit is gewoon goed bestuur. Mochten onze knappe koppen eens in zo’n kader werken.