Na het euthanasieproces: tijd voor betere regelgeving

De Standaard, Column ‘De Bomen en het Bos’, 5 februari 2020

Lees het op de website van de krant:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200204_04834944

Of lees het hieronder:

Vaak heeft dit land een diepe crisis nodig om voor de hand liggende zaken politiek mogelijk te maken. Het uiterst pijnlijke euthanasieproces was zo’n crisis. In politieke kringen is de bereidheid gegroeid om de tekorten in de euthanasiewet eindelijk aan te pakken. 

In 2002 werd die wet goedgekeurd door een parlementaire meerderheid zonder de christendemocraten. De wet maakte ons land tot een voorloper. Maar de wijze waarop ze tot stand kwam, was niet om trots op te zijn. Er ging geen echt gesprek aan vooraf, maar alleen geruzie tussen politieke voor- en tegenstanders. Het werd een puur politieke beslissing. Het werkveld – zorgverleners en patiëntenvertegenwoordigers – stond erbij en keek ernaar. Ze mochten de wet niet voorbereiden en moesten achteraf hun plan trekken. De overheid heeft nooit haar belofte gehouden om burgers en zorgverstrekkers te informeren over de wet. Ze durfde niet. Na tien jaar kende de helft van de artsen ze nog niet. Dat bleek ook nog eens op het proces in Gent over een euthanasie uit 2010.

Nadat de wet ingevoerd was, werd bijna elke verdere discussie afgeblokt, nu eens door de ene groep, dan weer door de andere. Er was één uitzondering: in 2014 heeft dezelfde meerderheid een uitbreiding van de euthanasiewet naar minderjarigen goedgekeurd.

De assisenzaak belichtte enkele tekorten in de wet . Al jaren worstelde men met onduidelijkheden. Wat is bijvoorbeeld een ‘onafhankelijke arts’? Elke vraag daarover werd gezien als een aanval op de euthanasiewet, en werd tegengehouden. 

Een externe evaluatie van de wet lijkt nu mogelijk te worden. Ook dat werd jarenlang geweigerd. De euthanasiecommissie controleert nauwgezet de papieren van de aangegeven euthanasiegevallen – gemiddeld 250 per zitting – maar meer doen dan de wettelijk opgelegde controle, kan ze niet. Ze weet niet hoeveel beslissingen rond het levenseinde vallen zonder aangifte. Verklaren waarom al 18 jaar maar 20 procent van de euthanasieaangiften Franstalig is, kan ze ook niet.

Vlaanderen heeft ’s werelds beste wetenschappelijke groep voor levenseinde­studies: de End-of-Life Care Research Group (VUB-UGent). Hopelijk mag die, samen met andere onderzoeksgroepen, de toepassing van euthanasie en andere levens­eindebeslissingen in ons land doorlichten.

Ook de palliatieve sedatie – de

‘katholieke euthanasie’ – moet gemeld

worden en aan voorwaarden voldoen

Een van de gevolgen daarvan kan zijn dat de andere vormen van levensbeëindiging die nu nog vrij kunnen gebeuren – zoals palliatieve sedatie, soms de katholieke versie van euthanasie genoemd – ook moeten gemeld worden en aan dezelfde zorgvuldigheidsvereisten moeten voldoen. Dat werd lang afgeblokt door tegenstanders van euthanasie.

Mogelijk zullen ook sancties ingevoerd worden voor wie de euthanasiewet niet naleeft. De wet bepaalt dat artsen een dodelijk middel mogen toedienen als ze alle voorwaarden naleven. Als ze dat niet doen, gaat het strikt genomen om moord, aangezien de wet geen sancties bevat voor de schending van die voorwaarden. De parlementsleden die deze wet goedkeurden, speculeerden erop dat er nooit een klacht zou worden ingediend en dat het parket het niet zou aandurven van moord te spreken. Dat waren twee misrekeningen, leerde het proces. Nu is er wel bereidheid om sancties vast te leggen.

Het proces toonde ook dat de wet op de patiëntenrechten niet nageleefd wordt: er is niet voorzien dat burgers een klacht kunnen indienen (behalve bij het gerecht) en er is dus geen bemiddelaar. Hoogleraar Wim Distelmans, de voorzitter van de euthanasiecommissie, bood aan te bemiddelen in de Gentse zaak, maar werd niet neutraal geacht (DS 3 februari). Een klachten- en bemiddelingsregeling dringt zich op.

Het pijnlijke proces deed de geesten rijpen. Hopelijk maakt de nieuwe wind het straks ook mogelijk zonder opgeklopte tegenstellingen het onontwijkbare dossier van euthanasie bij dementie aan te vatten. Niet meteen op het politieke schouw­toneel, maar eerst met vertegenwoordigers van patiënten en zorgverstrekkers.

De patiëntenverenigingen moeten betrokken

worden bij een nieuwe regelgevinging

Het proces in Gent heeft ons nog twee zaken geleerd. Niet alles moet door de wet worden geregeld. De Vlaamse Vereniging van Psychiaters (VVP) vaardigde voor haar leden een dwingende richtlijn uit voor goede medische praktijk bij psychisch lijden (DS 1 februari). De Orde van de artsen greep ook in.

We leerden verder dat alle euthanasie­regels geschreven werden door politici, artsen, psychiaters, juristen en hoofden van instellingen, zonder inspraak van de pa­tiënten. De patiëntenverenigingen móéten betrokken worden bij de voorbereiding van zo’n regelgeving. Burgers en patiënten zijn geen domme kuikens. De zinvolste woorden in het assisenproces kwamen van de jury. Die bestond uit gewone burgers die na een intense deliberatie tot een wijs oordeel kwamen.