Corona doet wat Greta Thunberg en co niet lukte

Column ‘De Bomen en het Bos’, De Standaard, 1 april 2020

Lees de column hieronder

of in de krant : https://www.standaard.be/cnt/dmf20200331_04908696

Hoe zou het intussen met het Klimaat zijn? Dat is stikjaloers op het coronavirus. Wat heeft dat virus dat ik niet heb, vraagt het zich af. Het coronavirus slaagde er in enkele dagen in de volledige aandacht van de besluitvormers en de media te trekken. Het lokte zelfs een reeks doortastende politieke beslissingen uit. Laat dat nu de twee zaken zijn waarop de klimaatactivist al jaren vruchteloos wacht. Bitter wordt hij als hij naar de lucht kijkt. Die is al lang niet meer zo zuiver geweest als de voorbije dagen. Niet door mijn inspanningen, maar door corona, zucht hij.


Hij kreeg hoongelach over zich heen toen hij rekeningrijden voorstelde als middel om de verplaatsingen van de burgers en hun CO2-uitstoot te verminderen. Geen denken aan, zei de politiek: eerst zou elke burger – tot in Bachten de Kupe – trein én tram én bus voor zijn deur moeten hebben. Corona was nog maar een paar dagen in het land, en plots zijn alle niet-essentiële verplaatsingen per auto, motor, trein, tram en bus en zelfs per step verboden. Wie zich niet aan de regels houdt, riskeert 250 euro boete. Niet de klimaatverandering, Anuna De Wever of Greta Thunberg, maar corona houdt alle vliegtuigen wereldwijd aan de grond.

Toen het virus nog in aantocht was, was, net als bij het klimaat, scepticisme troef. Het was allemaal overroepen. Dat griepje zou wel vanzelf weer overwaaien. Maar toen corona enkele dagen later echt aan de deur stond, smolt dat scepticisme nog sneller dan de gletsjers in de Alpen. Partijvoorzitters die elkaar al meer dan een jaar het licht in de ogen niet gunden, stonden plots zij aan zij, niet om een regering te vormen – dat was te veel gevraagd – wel om een restregering die vijftien maanden geleden afgedankt was opnieuw op het schild te hijsen. Ze kreeg zelfs volmachten en mocht meteen een paar ongezien drastische beslissingen nemen.

Corona speelt op het domein van

de politici: de korte termijn.

De klimaatverandering vraagt

een beleid op lange termijn

Jarenlang was het onmogelijk om over een herinrichting van de staat te spreken. Jarenlang hebben de federale overheid en de deelstaten vruchteloos geprobeerd tot samenhangende klimaatbeslissingen en klimaatplannen te komen. Maar toen corona aanklopte, verscheen meteen een nieuw orgaan ten tonele: de Nationale Veiligheidsraad. Die neemt alle belangrijke corona­beslissingen én is op een confederale leest geschoeid. De federale overheid en deelstaatoverheden beslissen daarin complexloos samen. 

De klimaatactivist knarsetandt. Decennia heeft die vergeefs de verwetenschappelijking van het beleid bepleit. De wetenschappers die hij optrommelde om de weg te wijzen, werden opzij­geschoven door de misprijzende besluitvormers. Corona verkreeg hier in enkele dagen dat een schare voorheen vrijwel onbekende wetenschappers – virologen, epidemiologen, biostatistici, infectiologen, microbiologen en andere soorten die het nog nooit tot in Topdokters hadden geschopt – plots het land mogen bestieren en de marsrichting mogen bepalen. Zij adviseren de Veiligheidsraad en leggen in alle media uit wat die beslist heeft en waarom.

Wat heeft corona dat het klimaat niet heeft? Het is simpel. Corona speelt op het domein van de politici: de korte termijn. We zien nu al hoeveel mensen eraan sterven. De klimaatverandering vraagt ook om een beleid op lange termijn. Dat is niet het domein van politici, maar van visionaire staatsmannen, en die hebben we hier lokaal al jaren niet meer gekweekt.

Wetenschappers hebben soms

meer legitimiteit dan politici

Kunnen we uit deze analyse dan geen positieve lessen puren voor het klimaat en voor onze staat? Toch wel. Burgers en politici ervaren dat het wel degelijk denkbaar en doenbaar is om drastisch in te grijpen. We gaan er niet dood van. De urgentie moet groot zijn, en er moet een goede uitleg zijn voor de maatregelen. Wetenschappers moeten die geven, want zij hebben meer legitimiteit dan politici. Maar die laatsten moeten hen wel steunen.

De totstandkoming van de Nationale Veiligheidsraad bewijst verder dat het lukt om de noodzakelijke nieuwe confederale beslissingsmodellen in te voeren als dat stommelings gebeurt en als we ze niet zo noemen. Maar ook dat kan alleen als de nood op korte termijn groot genoeg is.

Ten slotte zit de verwetenschappelijking van het beleid er misschien toch aan te komen. De politiek heeft de voorbije dagen geleerd dat ze alleen voldoende vertrouwen krijgt van de burgers om ingrijpende beslissingen te nemen als ze zich laat leiden door wetenschappers.