‘Vlaanderen denkt te weinig na over de vraag: “Wat als?”‘

'Vlaanderen denkt te weinig na over de vraag: "Wat als?"'

Guy Tegenbos & Jan De Groof

‘Wat als’ was in 2011-2016 een populair humoristisch tv-programma. Het dropte een realistische vraag in een totaal onaangepaste omgeving en dat leverde hilarische televisie op. Productiehuis Shelter hield er in 2014 een Emmy voor het beste humoristische tv-programma aan over.

Elders in de wereld is ‘Wat Als’ echter Serious Business

Het is er de kern van de ‘toekomststudies’ en ‘foresights’: een belangrijke tak van de wetenschap. De toekomst op wetenschappelijke wijze scannen, verschillende scenario’s tekenen en daaruit alternatieve beleidssporen distilleren, is een serieus vak. ‘Wat Als’ is een wetenschappelijk systeem om ‘Gouverner, c’est prévoir’ toe te passen. 

Vlaanderen denkt te weinig na over de vraag: ‘Wat als?’

In België en Vlaanderen is dat laatste geen traditie. De lange termijn is hier bijna afwezig. Hier gaat het om het nu. En hier heerst het motto: ‘We trekken ons plan wel’, ‘We zullen wel zien als het zover is’, ‘On se débrouille‘.

Terwijl de landen waar we naar opkijken, hun pandemieplannen maar uit de lade moesten halen toen Corona toesloeg, moesten wij van nul beginnen. Hun plannen waren lang niet perfect, maar ze hadden er een: er lag een aanpak klaar; bij ons niet. Onze manier van werken is niet professioneel. 

Er is hier dan maar weer aan de noodrem getrokken. De veldwerkers hebben snel halve ziekenhuizen omgebouwd tot covid-afdelingen. Wens proficiat aan die werkers van het elfde uur. Maar beleidsmatig is dit geen manier van werken. Dit is steekvlambeleid: te laat veel geld en energie verspillen om te pogen de achterstand in te halen. 

We hebben een ander beleid nodig, één dat een visie heeft op de lange termijn, en dat de korte termijn in lijn brengt daarmee; een beleid dat vooruitkijkt en rekening houdt met wat ons kan overkomen – ‘Wat Als’ – en dat voortdurend alternatieven ontwikkelt en afweegt.

Evidence informeddecisions, noemt Vlaams minister-president Jan Jambon het heel mooi in zijn beleidsnota Algemeen Beleid.

Wat is nodig?

Wat is nodig om zo’n wetenschappelijk ondersteund beleid te bekomen? Vijf zaken.

`Vooreerst moet de cockpit zuivere en niet-gekleurde ramen hebben zodat de administratie die het beleid moet schragen, de omgeving kan zien zonder voorafgaande politieke kleuring. 

Er moet een dashboard zijn met metertjes die in het oog houden wat zich afspeelt achter de schermen en in de motor. De Vlaamse Statistische Autoriteit heeft Vlaanderen op dat punt op Europees niveau gebracht.

Ten derde een goede achteruitkijkspiegel die nagaat of maatregelen die men in het verleden nam, gewerkt hebben. Die ontbreekt nog: beleidsevaluatie is hier nog geen traditie. 

Nodig is ook nog een goede GPS die de alternatieve wegen naar het afstandsdoel uittekent en vergelijkt, rekening houdend met hindernissen en files. Die verwerkt alle ‘Wat als-en’. 

De piloot, de politicus, moet al deze gegevens hebben om te kunnen beslissen. Voor de ontwikkeling van een langetermijnaanpak, zeker voor weerbarstige problemen, moet hij ten vijfde nog een beroep kunnen doen op onafhankelijke experten van een Wetenschappelijke Toekomstraad. Een verrekijker, hebben we het ooit genoemd.

Ons voorstel tot de oprichting van zo’n Wetenschappelijke Toekomstraad – naar analogie met de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) – werd begin 2019 door meer dan 100 prominenten onderschreven. En de rectoren van de vijf Vlaamse universiteiten vroegen in hun VLIR-memorandum ook ‘een Vlaamse WRR’. 

De vorige Vlaamse minister-president, Geert Bourgeois, stond er zeer positief tegenover. 

Zijn opvolger, Jan Jambon, droomt in zijn beleidsnota Algemeen Beleid van ‘Evidence Informed Decisions’. Hij neemt zich ook voor de Studiedienst van de Vlaamse regering opnieuw op te richten om het beleid wetenschappelijk te onderbouwen; hij vindt beleidsevaluaties erg nodig en wil vooral meer toekomststudies: die moeten het langetermijnperspectief in het beleid ontwikkelen.

Dat geeft hoop, want dat is, op de Wetenschappelijke Toekomstraad na, zowat alles wat nodig is om een verwetenschappelijkt beleid te bekomen. 

Er is nog wel inbedding in de politieke cultuur en in het landschap van de adviesraden nodig, zo adviseren de Vlaamse bestuurskundigen nog. 

Deze week verschijnt het boek ‘Utopie voor realisten. De verrekijker voor de toekomstdenkers’. 40 academische en andere experts ontwikkelen daarin toekomstvisies voor Vlaanderen.

Dat maakt de voornemens van de Vlaamse minister-president weer actueel. Een jaar na de verkiezingen wordt het tijd dat de Vlaamse regering haar beloften waarmaakt: ze moet nu zichzelf een studiedienst cadeau doen, starten met toekomststudies en beleidsevaluaties, en een onafhankelijke Wetenschappelijke Toekomstraad op de been brengen. 

Als ze daar nu niet mee begint, is de regeerperiode weer bijna voorbij voor die beslissingen effect hebben. De nood aan langetermijnvisies en -plannen is groot en duldt geen verder uitstel.

Utopie voor realisten. De verrekijker voor de toekomstdenkers’, Lannoo, 400 p., € 29,99

Lees ook: ‘Waarom is het zo moeilijk om over de toekomst na te denken?’