Communicatie is vak apart

Beter communiceren dan de regering-Wilmès, moeilijk kon dat niet zijn. Dat deed de nieuwe federale regering dan ook met verve, vanaf de eerste persconferentie over de corona-maatregelen. Premier Alexander De Croo (Open VLD) tekende de grote lijnen, minister Frank Vandenbroucke (SP.A) onderbouwde de maatregelen tot in de details met veel overtuigingskracht. Publiek en waarnemers luisterden aandachtig.

Maar de vreugde over die frisse ernst was van korte duur. De volgende persconferentie, na de bijeenkomst van het Overlegcomité, ging de mist in, omdat de vergadering het niet op tijd eens raakte om de nieuwsuitzendingen te kunnen halen. Bovendien verwaterde de duidelijkheid van De Croo en Vandenbroucke toen alle ministers-presidenten hun zegje deden – met wisselende geloofwaardigheid.

Een dag later herbegon het gehakketak waarvan we dachten verlost te zijn. Oppositieleider Bart De Wever (N-VA) begreep niet waarom de restaurants dicht gingen. Partijgenoten Zuhal Demir en Ben Weyts bleven niet achter. Daarna voelden bijna alle partijen van noord en zuid de behoefte om te zeggen dat zij de restaurants verdedigd hadden, maar andere snoodaards niet. Alleen vicepremier Pierre-Yves Dermagne (PS) herinnerde zich de regel dat als je in een regering het onderspit delft, je je daarbij neerlegt en zwijgt, of vertrekt.

Van de uitvoering van hun beleid

trekken politici zich zelden iets aan: die is

voor hun onderbemande administratie

Die heisa was nog niet verstomd, of er lekte uit dat mensen zonder symptomen niet langer getest zouden worden, nog voor de huisartsen en andere verantwoordelijken het wisten. Minister Vandenbroucke kon het weer gaan uitleggen op tv.

Zijn dit toevallige accidenten? Is het onbekwaamheid? Slechte wil? Welnee, ze leggen de structurele fouten van ons politieke systeem bloot die goed beleid in de weg staan. Zolang we die blauwblauw laten­, zullen zulke missers blijven voorkomen.

De eerste fout is dat politici overdreven veel belang hechten aan beslis­singen nemen. Al wat daarna komt, verwaarlozen ze: de uitvoering, de communicatie en de evaluatie. Van de uitvoering trekken ze zich zelden iets aan: die is voor hun administratie, die de meesten onderbemand en onderbenut laten. Hun beslissingen evalueren, dat hoeft ook niet. De communicatie nemen ze wel voor hun rekening. Maar alleen de politieke, niet de beleids­communicatie. 

Knopen doorhakken en de politieke verantwoording ervoor nemen, dat is hun vak. Communiceren over de uitvoering, dat is een ander vak, dat is voor experts. In Nederland doet de Rijksvoorlichtingsdienst dat. De federale noch de deelstaat­politici willen van zo’n officiële communicatiedienst weten. Al onze ministers, ook de witte konijnen, willen een eigen woordvoerder. Niet een van hun administratie, maar een partijlid dat deel uitmaakt van hun kabinet en dat de minister en de partij in de kijker plaatst.

Tweede probleem: een gebrek aan discipline. Regels zijn er niet. Wachten met communiceren kan niet. De politici nemen niet de tijd om duidelijke slides te maken en om de argumenten op te lijsten die de mensen kunnen motiveren. Ze communiceren altijd meteen na de beslissing, ook al was die heftig bevochten en is het stof nog niet gaan liggen. De communicatie uitstellen kan niet, omdat alle politici altijd als eerste willen communiceren. Dan kunnen ze hun eigen politieke kleur geven aan de beslissing en komen­ ze in een goed blaadje te staan bij de journalisten. Een regerings­beslissing waarover niet meteen openlijk gecommuniceerd wordt, lekt daarom altijd uit.

Ziekelijk uitstelgedrag en gekissebis

Ten derde: het gehakketak, het voortdurende gekissebis onder de partijen en het gebrek aan solidariteit onder partijen die samen een coalitie vormen, zijn een vast deel van de politieke cultuur geworden, federaal en in de deelstaten. De nieuwe federale regering leek het anders te willen gaan doen, maar als de oppositie de zaken even aanport, blijkt het moeilijk te zijn om dat te handhaven en komen de oude slechte gewoonten naar voren.

De vierde fout schetste Ive Marx al in zijn column (DS 21 oktober): ziekelijk uitstel­gedrag, maatregelen alleen nemen als niets anders meer mogelijk is. Het hoge aantal coronabesmettingen is daar een gevolg van. 

Die slechte gewoonten en de structuren die ze mogelijk maken, moeten veranderen, net als de kabinetten. In de wandelgangen van de Europese Commissie was de vreugde over het feit dat België eindelijk een regering heeft groot, tot bekend raakte dat de Belgische federale minis­ters 838 partijleden als kabinetsmedewerkers mogen aantrekken. De 27 Europese commissarissen die samen over de 450 miljoen inwoners van de EU waken, hebben elk maximaal zes kabinetsmedewerkers, samen 162. Voor de voorbereiding, de uitvoering en de communicatie over het beleid, hebben zij een neutrale administratie.

Column ‘De Bomen en het Bos’

verschenen in De Standaard van 22 oktober 2020

Lees ze in de krant: https://www.standaard.be/cnt/dmf20201021_97606897