Geen mismatch op de arbeidsmarkt maar mismanagement

Toen de tweede golf coronapatiënten toestroomde, boden­ hotels hun kamers aan. Maar er waren geen bedden tekort, er was geen technologie tekort, er waren mensen tekort. Dat was het probleem in onze ziekenhuizen. Het tekort aan mensen is groot en bestaat al jaren, het is structureel. Dat heeft zware gevolgen. Het verklaart deels waarom we, ook in niet-corona-tijden, in ziekenhuizen en woonzorgcentra minder verpleegkundigen inzetten dan nodig is en dan andere landen doen. Daardoor hebben we meer onnodige sterfgevallen. 

Bekende, blijvende, structurele tekorten met zware gevolgen? Dan is er geen sprake van een onschuldige, tijdelijke mismatch op de arbeidsmarkt, maar van echt mismanagement. Mismanagement van onze talenten, en dat komt voor in meerdere sectoren.

Neem de witte sector. Voor één beroep in de gezondheidssector hebben we te veel kandidaten: het best betaalde. Voor arts zijn er zeker dubbel zoveel kandidaten als we nodig hebben. Daarom is er sinds 1995 een toelatingsproef. In bijna alle andere witte beroepen is er een tekort. Niet sinds corona, maar al decennia zijn er te weinig zorgkundigen en verpleegkundigen (gegradueerden, bachelors, masters). De premies en de opslag die de overheden onlangs toekenden, kunnen helpen. De beloofde aanwervingen kunnen de werkdruk verlagen. De gestegen soci­ale waardering kan ook helpen. Maar verwacht er geen wonderen van.Onderwijs is de sector die het minst doet voor de scholing van zijn eigen mensen

Het moet gezegd: de witte sector is al creatief geweest. Hij heeft het tekort aan jongeren gecompenseerd door een zijinstroom op gang te brengen: volwassenen aansporen hun job als pianist, Fordarbeider, marketeer of winkelbediende op te geven om zich om te scholen tot het edele beroep van verpleeg- of zorgkundige. Die sector heeft bovendien de ‘trek-in-de-schouw’ georganiseerd: mensen die met weinig scholing in de sector komen werken, krijgen de kans met scholing op te klimmen tot zorgkundige, en kunnen dan weer verder klimmen tot verpleegkundige. Slim, maar het volstaat niet.

Een tweede sector waar het misloopt, is die van de technische beroepen: de vaklui. Van in het lager onderwijs wordt de meeste kinderen ingeprent dat er ‘algemene’ en ‘technische’ of ‘praktische’ richtingen zijn en dat je het best voor de eerste soort kiest; die heeft meer status. Als je die ‘niet aankan’, kun je nog altijd ‘afzakken’, luidt het dan, soms alleen impliciet, maar meestal open en bloot. Daarna wordt geklaagd dat de technische richtingen weinig leerlingen aantrekken en niet de beste, dat de leermotivatie er niet sterk is, dat ze te weinig afgestudeerden afleveren en dat er een groot tekort is aan vaklui.

Toch willen de politiek en een deel van het onderwijs het oude onder­scheid tussen aso, tso, bso en kso handhaven, en gaan ze niet in tegen het perverse watervalsysteem. Dat oriënteert niet op basis van talenten en maatschappelijke noden, maar op grond van een status van studierichtingen die de samenleving van de jaren­ 50 van de vorige eeuw reflecteert.

Ook het onderwijs worstelt met mismanagement en structurele tekor­ten. Dat is niet te begrijpen. Het ziet alle jongeren van 3 tot 18 jaar, en in die 15 jaar kunnen de talloze bezielde leerkrachten de charmes en de zinvolheid van hun beroep overdragen. Maar op het einde van die rit, slaagt de sector er niet in voldoende jongeren voor zich te winnen. Voor een groot deel omdat hij zichzelf niet de status toekent die hij verdient. Is er iets edeler dan jongeren opvoeden en opleiden?

Ik snap niet dat de politiek, de onderwijsvakbonden en schoolbesturen al twintig jaar onderhandelen over een ‘nieuwe onderwijsloopbaan’. De bescheiden resultaten daarvan verdwijnen in het niets als blijkt dat je nog steeds een vastbenoemde leraar bureaucratisch en zonder enige begeleiding en bij- of omscholing kunt overplaatsen om les te gaan geven in een vak dat hem totaal vreemd is, maar dat overeenkomt met het diploma dat hij dertig jaar geleden behaalde (DS 2 december). De jongere leraar die tot dan die les gaf, mag opkrassen. Onderwijs is de sector die het minst doet voor de scholing van zijn eigen mensen en die zijn jonge werknemers het brutaalst opzijzet.

Anderen hebben andere vormen van hetzelfde mismanagement van talenten ook al vaak aangeklaagd op deze pagina’s. Wanneer wordt dit fundamenteel aangepakt? Het onderwijs, de sociale partners en de politiek hebben samen de dwingende plicht om erop toe te zien dat voldoende jongeren en volwassenen functies en beroepen opnemen die de samenleving echt nodig heeft. Niet optreden tegen mismanagement, is schuldige nalatigheid.

Deze column ‘De Bomen en het Bos’ verscheen

in De Standaard van donderdag 3 december 2020:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20201202_98019938