Covid deed ons denken als wetenschappers

Column De Bomen en het Bos in De Standaard van 25/3/2021

Onbedoeld hoorde ik gisteren een deurgesprek aan enkele sociale woningen voor ouderen. Twee buurvrouwen bespraken de kwaliteiten van het Astra­Zeneca-vaccin versus dat van Pfizer. Bij oud en jong, kort- en langgeschoold, rijk en arm, links en rechts, is er intussen een verbluffende kennis van de weten­schappelijke inzichten over covid-19, pandemieën, vaccins en aerosolen. Een meerderheid van de bevolking speelt met woorden waarover de experts een jaar geleden nog struikelden.

Fake news, complotfantasieën en anti­vaxerspraat zijn aanwezig en hebben invloed, maar de verwetenschappelijking van het denken bij de bevolking is veel sterker: dankzij de media maar vooral dankzij de virologen, infectiologen, vaccinologen, biostatistici en anderen die al een jaar lang verstaanbare taal spreken over covid-19, daarin gevolgd­ door medici en paramedici.

Zijn de politiek en het beleid in die tijd even verwetenschappelijkt? Bij de uitbraak van de pandemie, toen de virologen nog stotterden – onder meer over de mondkapjes – gold ‘het primaat van de politiek’ nog onverkort. Dat veranderde snel, want de pandemie greep onbe­heersbaar snel om zich heen.

Een meerderheid van de bevolking

speelt nu met woorden waarover de

experts een jaar geleden nog struikelden

De kaduke regering-Wilmès wist zich geen raad en riep wetenschappers te hulp. Die gaven aan dat er moest worden gehandeld. De zwakke regering aanhoorde hen, handelde, weliswaar doorgaans te laat, en kon in de late zomer­ van 2020 niet weerstaan aan de lokroep van partijen en pressiegroepen om te versoepelen, op het moment dat verstrenging aangewezen was.

Vele honderden onnodige doden later­, veranderde dat met het aantreden van de regering-De Croo. ‘Meester Frank’ Vandenbroucke (Vooruit) begreep de wetenschappers en hun strakke adviezen. En het Overlegcomité met alle regeringen van het land, volgde, ook al wilden partijvoorzitters soms versoepelen.

De spil in die verwetenschappelijking of ‘data-gedrevenheid’ van de politiek en het covid-beleid, is Sciensano. De vorige minister van Volksgezondheid, Maggie De Block (Open VLD), kreeg in 2018 kritiek van collega’s omdat­ ze ‘onnodige drukte maakte’ om twee instituten uit de kelders op te vissen en te fuseren: het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV) en het Centrum voor Diergeneeskunde en Agrochemie (Coda). Vandaag is dat gefuseerde Sciensano hét gevierde baken­ in de crisis, dé leverancier van onmisbare data, met Steven Van Gucht als hyperpopulaire ambtelijke rots in de branding. Heel on-Belgisch.

Een tijdlang hebben de wetenschappers gedacht dat ze ook konden voorschrijven wát moest gebeuren. Zover staan ze niet. De wetenschap weet wanneer moet worden gehandeld, ze weet wat in welke situatie werkt en wat niet, ze kan tracés aanduiden, maar geen volledig recept voorschrijven. Daarvoor is de covid-19-wetenschap te jong. De poli­tiek moet de eindknopen nog doorhakken en wil over de ‘haalbaarheid’ oordelen.

Zo is een samenspel gegroeid. Als er een beslissing moet vallen, luiden weten­schappers vooraf de alarmbel. Na aandringen van de media, lossen sommigen dan ‘wat zij zouden doen als zij het voor het zeggen hadden’. De politiek vindt dat goede terreinvoorbereiding en hakt vervolgens de knopen door. Soms volgt nog een rondje ‘te zwak’-kritiek van de wetenschappers en komt er een tweede ronde knopen hakken­. Dat een-tweetje is intussen inge­oefend.

De rest van het beleid getuigt amper van verwetenschappelijking. Even leek het alsof economen de relanceplannen van de regeringen zouden opstellen. Ze bepleitten samen deficit spending, maar voor de rest konden ze niet kiezen en somden ze zoveel beleidssporen op, dat de regeringen toch de vrije keuze hadden.

Echt wetenschappelijke beleidsvoorbereiding is zeldzaam. Jan Beyers en Evelien Willems (beiden UAntwerpen) telden 1.137 adviesorganen voor Vlaanderen en federaal België samen (DS 28 augustus 2019). Het zijn bijna allemaal raden die belangen verdedigen. Die hebben soms studiediensten die wetenschappelijke elementen inbrengen, maar dat is geen wetenschaps­gedreven beleidsvoorbereiding.

Vlaanderen had rond 2000 een aantal­ gezagvolle en richtinggevende Wetenschappelijke Steunpunten voor beleidssectoren, maar de meeste daarvan zijn weer afgeschaft. De Vlaamse rege­ring doekte zelfs haar eigen studiedienst op.

Toch zijn er twee kleine maar ver­frissende aanzetten tot verandering. In Vlaanderen is er een project om naar analogie met de Nederlandse WRR, een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad op te richten. Velen steunen dat idee. In de oude Navo-gebouwen is de Klimaatzaak van start gegaan: 60.000 burgers willen een rechter laten beves­tigen dat de federale staat en de deel­staten hun beleid moeten afstemmen op wetenschappelijke inzichten en inter­nationale verplichtingen rond het klimaat. Zouden die twee verandering inlui­den?

Zie en lees deze column zoals ze verschenen is in De Standaard: https://www.standaard.be/cnt/dmf20210324_98067495