Is er geen vaccin tegen ongezond leven?

Uw gezondheid als medicijn. Column in De Standaard van 6 mei 2021.

We hebben dringend nóg een nieuw vaccin nodig, een vaccin tegen ongezonde leef­gewoonten en -omgevingen. Want niet zozeer het virus, maar de combinatie van het virus en die ongezonde factoren blijkt dodelijk te zijn. Iedereen die op een covid-afdeling werkt, zal dat bevestigen. Stilaan sijpelt dat besef door.

Het coronavirus besmet iedereen die het op zijn weg vindt, maar is vooral levensbedreigend voor mensen met ‘onderliggende gezondheidsproblemen’ : ouderen, maar ook jongeren en mensen van middelbare leeftijd met zwaarlijvigheid, chronische longaandoeningen, hoge bloeddruk en diabetes. Bijna al die aandoeningen zijn voor een flink deel vermijdbaar. Vaak kunnen ze met preventieve zorg voorkomen of verminderd worden, door ongezond gedrag en ongezonde leefcontexten te mijden: werken in ongezonde omgevingen, wonen in ongezonde huizen of in wijken waar het verkeer of de industriële landbouw de lucht verpest, ongezond eten en drinken, roken en weinig bewegen.

We geven miljarden uit om mensen te behandelen voor kwalen die het gevolg zijn van ongezonde omgevingen en gewoonten, maar er is nauwelijks geld om die aandoeningen te voorkomen en die ongezonde factoren te bestrijden. Dit land en zijn deelstaten doen veel te weinig voor preventie. Amper 2,2 procent van het gezondheidsbudget gaat ernaartoe. Volgens de Oeso zou het zelfs maar 1,7 procent zijn. Het Europese gemid­delde ligt rond de 3 procent. Het streefdoel is 5 procent.

Een beweging van burgers en professionals

moet de besluit­vormers ‘helpen’

om op preventie in te zetten

Die cijfers staan al jaren in de rappor­ten van internationale instellingen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de Oeso, en in die van eigen instanties als Sciensano en het Kenniscentrum Gezondheidszorg. Gezondheidseconomen schrijven er hele boeken over. Maar dat alles mocht niet baten. Dat ligt niet aan slechte wil, maar aan inertie. De zaken zijn ooit anders georganiseerd en het is moeilijk ze te veranderen. We hebben ziekenhuizen gebouwd, geen gezondheidshuizen. Artsen zijn vooral opgeleid om achteraf ziekten te behandelen en niet om een gezond leven aan te praten en zo die aandoeningen te voorkomen. 

Maar er is hoop. De pandemie bracht verandering. Plots kregen farmabedrijven miljarden, niet om geneesmiddelen, maar om preventieve middelen te maken: vaccins. Virologen, epidemiologen, intensivisten, vaccinologen, ziekenhuisleiders, verpleeg­kundigen, huisartsen, politie­mensen, journalisten, leraars en vrijwilligers hebben zich met politici en andere besluitvormers uitgesloofd om de mensen te leren afstand te houden, mondmaskers en handgels te gebruiken, en honderd andere gezondheidsmaatregelen na te leven. Plots kon dat.

Is de doorbraak bereikt en staan gezondheidspromotie en preventie voortaan op de eerste rij? Ik zou daar niet op rekenen. Die aandacht kan morgen weer weg zijn.

Een andere sector heeft wel al een omslag gemaakt, en daar vallen lessen uit te trekken. De geestelijke gezondheidszorg zat ook decennia in het verdomhoekje. Ze kreeg amper 6 procent van het gezondheids­budget, terwijl 10 procent de norm is volgens de Oeso. De wachtlijsten voor volwassenen en jongeren werden almaar langer. Niemand aanvaardt in ons land dat een knaap die z’n elleboog breekt, een week moet wachten op zijn gipsverband. Maar dat jongeren met psychische problemen soms een halfjaar moeten wachten voor ze een eerste behandeling krijgen, gedoogden we wel.

Het laatste jaar heeft de strijd tegen het virus zo zwaar ingehakt op de geestelijke gezondheid van de burgers, dat er plots wel beleidsaandacht en extra geld was. Maar de verandering was al eerder ingezet, door een beweging van burgers en professionals. Ze hebben onder meer de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid opgericht die mobiliseert, alle partijen contacteert, en de federale, Vlaamse en lokale besluitvormers ‘helpt’ om geld te verschuiven en structurele maatregelen te nemen­. Het einddoel is nog lang niet bereikt, maar de beweging zal toezien­ op de voortgang.

De preventie en de gezondheidspromotie moeten zich ook organiseren. Een beweging van belanghebbende burgers en professionals moet de besluitvormers ‘helpen’ om duurzame maatregelen te nemen en budgetten te verschuiven. Allianties smeden om druk uit te oefenen: zo werkt een democratie. Dat is het vaccin dat we moeten ontwikkelen voor onze democratie.

In de coulissen worden de eerste stapjes naar zo’n alliantie al gezet. En er is nog een positieve ontwikkeling: de machtige ziekenfondsen zijn zich aan het omvormen tot gezondheidsfondsen. 

Guy Tegenbos is gewezen redacteur van De Standaard. Tweewekelijks laat hij zijn blik glijden over politiek en beleid.