Terug van weggeweest: ‘Politiek, de kunst van het haalbare’

Column ‘De Bomen en het Bos’ in De Standaard 20/5/2021

Sinds het aantreden van de fede­rale regering-De Croo zijn we, wat politieke beslissingen betreft, in een zeer onbelgisch tijdvak beland. De belangrijkste beslissingen, over corona en zelfs over de miljarden voor de relance, nemen de zes regeringen die dit land rijk is sámen, in consensus. Dat is ongezien in onze geschiedenis van ruziënde partijen en regeringen. Maar na enkele maanden zijn we daaraan al gewoon geraakt.

De politiek is terug, luidde het commentaar van de krant gisteren (DS 19 mei). Dat klopt. Alle politici zien licht aan het einde van de tunnel. De zaken keren. Welke politiek komt er na deze idyllische consensusperiode? De tijd van gisteren of die van eergisteren? Of iets nieuws? Hopelijk keren we niet terug naar het vorige tijdvak, want dat was de tijd van de absolute stilstand. Herinnert u het nog? Zestien maanden lang waren er helemaal geen fede­rale beslissingen wegens geen federale regering. In de deelstaten ging het toen ook niet vooruit, omdat alle partijen in de loopgraven zaten en op elkaar schoten.

De periode daarvoor was ook speciaal. Zowel federaal als in de deelstaat werd toen weinig beslist, ook al waren de verkiezingen nog ver weg. Elk moeilijk dossier werd op­zijgeschoven. Zodra­ een oppositiepartij of een pressiegroep de trom roerde, werd het voornemen om te beslissen ingetrokken. ‘Daar is geen draagvlak voor’, luidde het, ook al was er voordien grote eensgezindheid over. Denk aan het rekeningrijden of de betonstop. De partijen waren bang voor hun eigen schaduw.

Met de nieuwe regeling voor salariswagens zal

de luchtkwaliteit erop vooruitgaan en het wagenpark

vergroenen, maar alle andere problemen blijven

Welk tijdperk wordt het nu? Het soci­aal overleg gaf een eerste aan­wijzing. Toen dat begin mei mis­lukte, redeneerde de federale zevenpartijen­regering: ‘Grote beslissingen nemen, zoals het land voorbereiden op de komende tien jaar, dat doen we niet. We doen alleen wat de sociale partners hadden moeten doen: 0,4 procent opslag geven en nog wat gerommel in de marge. Niets meer.’ Daarna probeerden ze elk de pluim op hun hoed te steken­.

Daarmee zijn we inderdaad opnieuw bij de ‘gewone’ vaderlandse politiek aanbeland. De politiek als ‘de kunst van het haalbare’. De recente beslissing over de salaris­auto’s toont dat nog duidelijker aan. Als een bedrijf­ een werknemer opslag geeft in geld, wordt daarvan 50 tot 90 procent­ fiscaal en parafiscaal afgeroomd. Als het bedrijf hem een (grotere) auto cadeau doet, ook al heeft hij die niet nodig, kan dat bijna belastingvrij. Daarom zijn we het land met nog altijd de slechtste wegen, maar intussen de beste auto’s.

800.000 mensen krijgen een auto, een model dat velen nooit zelf zouden kopen. Maar nu rijden ze daarmee naar het werk in de file, en in het weekend en in de vakantie staan ze daarmee in de file naar de kust. Ze rijden veel meer kilometers dan ze spontaan zouden rijden, verergeren de luchtvervuiling, en blijven ruimte aansnijden in het zeld­zamer wordende groen, want de verplaatsingen naar school, voetbal, muziekles, werk en winkel zijn toch gratis.

De fundamentele oorzaak is dat de belastingen op financiële inkomens uit arbeid veel te hoog zijn. De politiek lost dat niet op, maar omzeilt dat met nepconstructies zoals belastingvrije salariswagens en maaltijdcheques. Pakken we dat probleem nu wel aan? ‘Straks misschien’, zegt de politiek. ‘Nu is er een ander probleem, de luchtvervuiling. En volgens Europa hebben we te weinig elektrische auto’s. Als we de salarisauto’s nu eens behielden en er elektrische wagens van maakten? Dat is “haalbaar”. Alle betrokkenen weten dat dit een enorm fiscaal voordeel blijft en nemen de nadelen – auto’s die nog niet op punt staan, laadpalen die ontbreken – erbij­.’

Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) beheerst de kunst van het haalbare. Hij werkte een regeling uit die alle pijnlijke punten vermijdt, maar legde die niet meteen op de politieke tafel. Eerste stelde hij een regeling voor met voor elke partij een struikelblok. Elke partij eiste een aanpassing, en daar kon Van Peteghem makkelijk aan tegemoetkomen. Daarna verdedigden alle partijen de nieuwe regeling als de hunne.

De luchtkwaliteit zal erop vooruitgaan. Het wagenpark zal vergroenen, maar alle andere problemen, zoals de lintbebouwing, de files, het te grote wagenpark, en bovenal de onefficiënte en onrechtvaardige fiscaliteit, blijven. Daaraan sleutelen was niet haalbaar.

Echt politiek leiderschap is dat niet. Dat zou de gewenste fundamentele hervorming doorvoeren en daarvoor een draagvlak scheppen. Maar dat is voor een volgend tijdvak. Vanaf 2026? Dan gaan de groene en rode partijen de salarisauto’s ‘uit­faseren’, zeggen ze.