Hoe kan Vlaanderen in godsnaam ooit een topregio worden?

Een oproep

Bij de top 5 van de kennisregio’s in Europa behoren – de ambitie die de Vlaamse regering neerschreef in haar regeerakkoord – is een uitdagende ambitie, maar hoe gaan we dat in godsnaam ooit halen? 

Vlaanderen is immers niet bij de categorie 1, de groep van ‘de innovatieleiders’. Het vertoeft in categorie 2,  bij ‘de sterke innovatoren’. Dat is niet slecht, maar dat is lang niet de top.

Die top halen, betekent dan dat Vlaanderen dus een tijdlang sterker moeten groeien dan de topregio’s die het moet inhalen.

Zo’n grote sprong voorwaarts zal economische, maatschappelijke, technologische en andere maatregelen vereisen, maar bovenal vergen dat er heel efficiënt beleid gevoerd wordt: alle maatregelen moeten hun doel bereiken.

De ‘blik op het noorden’ die het regeerakkoord voorschrijft, leert dat dan

 Met andere woorden: Vlaanderen moet resoluut kiezen voor een beleid dat beter wetenschappelijk onderbouwd is, multidisciplinair uiteraard, dat datagedreven is en dat de focus legt op de lange termijn. 

Kan Vlaanderen dat wel?

De uitgangspositie van Vlaanderen is niet zo slecht. 

Door een volgehouden inspanning van 30 jaar, is Vlaanderen sterk geworden in onderzoek (bijna 3% bbp); maar zijn overheid is dat minder. De studiecapaciteit van de Vlaamse overheid is erg beperkt en haar onderzoekskernen zijn ook onvoldoende verbonden; de samenhang ontbreekt.

Vlaanderen is sterk in onderzoek,

zijn overheid evenwel niet

Bovendien is het langetermijnperspectief zwak ontwikkeld. Het  project ‘Vlaanderen 2050’ dat in vorige regeerperiode ontstond, heeft in het Vlaams bestuur veel honger naar professioneel toekomstdenken en foresight studies losgeweekt. Maar. dat moet nu praktijk worden. Die toekomstverkenningen moeten er nu ook komen.

De Vlaamse Statistische Autoriteit zette grote stappen voorwaarts; de basis voor datagedreven beleid en voor gedegen beleidsmonitoring is daarmee aanwezig, maar verdere ontwikkeling is absoluut nodig.

De operatie ‘Brede Heroverweging’ en het prestatiegeïnformeerd begroten kunnen samen met de performantie-audits van het Rekenhof,  en de data aangereikt door de Vlaamse Statistische Autoriteit, de basis vormen voor een cultuur van datagedreven beleidsmonitoring die nu nog ontbreekt.

Als Vlaanderen topregio wil worden, moet het de wetenschappelijke fundering van zijn beleid, de datagedrevenheid, en het langetermijnperspectief tot volle ontwikkeling brengen. 

Dat vergt een plan. Want die grote sprong voorwaarts is niet te realiseren in de resterende drie jaren van deze regeerperiode. Een plan dat ook volgende regeerperiode omvat, is nodig.

Dat plan moet mikken op vier punten:

  1. De Vlaamse Statistische Autoriteit moet verder uitgebouwd worden, om de datagedrevenheid en de monitoring van het beleid mogelijk te maken.
  2. Er moet meer studiecapaciteit tot stand worden gebracht in alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid. Die moet verwetenschappelijking opleveren: betere strategische inzichten en analyses voor de korte termijn, toekomstverkenningen voor de lange termijn, en in het algemeen beleidskeuzen met een steviger wetenschappelijke fundering.
  3. Een centrale denktank of studiedienst van de Vlaamse regering moet de coördinatie van al deze studiekernen realiseren, een wetenschappelijke fundering uitwerken voor het algemeen regeringsbeleid, en de methodologie van foresight studies ontwikkelen en verspreiden in de Vlaamse overheid.
  4. Specifiek voor de meest complexe, beleidsdomeinoverschrijdende ‘wicked problems’ van het algemeen regeringsbeleid, moet een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad (VWTR) opgericht worden die in volle academische onafhankelijkheid de overheid daarover wetenschappelijke kennis voor de lange termijn aanreikt. Eerder al werd de oprichting van zo’n ‘verrekijker-raad’ gesteund door 130 Vlaamse prominenten, waaronder alle Vlaamse rectoren (De Standaard 30 oktober 2018). Er zijn in Europa puike voorbeelden van kennisinstituten die zulk grensverleggend en inspirerend wetenschappelijk denkwerk verrichten, waaronder de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Als Vlaanderen zijn beleid verwetenschappelijkt, het een langetermijnperspectief geeft, het goed monitort, en een hoge beleidsdiscipline handhaaft, kan het een hogere groei realiseren dan de toplanden, en is het bereiken van de top 5 van de kennisregio’s een haalbare kaart tegen het einde van volgende regeerperiode, tegen 2030 dus.

Jan De Groof, Europacollege, Brugge

Guy Tegenbos, columnist De Standaard

Koen Algoed, secretaris-generaal Departement Financiën Vlaamse overheid

Elisabeth Monard, voorzitter van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB)

Willy Verstraete, voorzitter  van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO)

Op donderdag 27 mei brengt een Europees colloquium de best practices van die Europese toekomstgerichte wetenschappelijke instituten bijeen.

In de namiddag van 27 mei is er daarnaast een vrij toegankelijk online symposium over de vraag hoe het Vlaamse beleid meer verwetenschappelijkt, toekomstgerichter en meer datagedreven kan worden.

Inlichtingen en deelname via https://deburen.eu/programma/5282/tweede-verrekijkerssymposium