Brugpensioen herinvoeren? Gezonder blijven werken!

Column verschenen in De Standaard van 3 juni 2021

https://www.standaard.be/cnt/dmf20210602_97593389

Het brugpensioen lijkt een kat met negen levens. De twee grote vakbonden en de uiterst linkse PVDA willen het brugpensioen op 58 jaar in ere herstellen. Net nu België de grootste irrationaliteit op zijn ­arbeidsmarkt stilletjes aan het weghalen was, dertig jaar na de meeste andere landen. Het aantal brug­gepensioneerden is intussen ­gedaald van 150.000 tot 40.000.

De vakbonden en de PVDA formuleren hun eis net nu de economie van corona begint te herstellen en er meteen een groot tekort aan werkkrachten opduikt: tienduizenden vacatures raken niet ingevuld. Op dat moment duizenden 58-plussers aansporen om niet meer te werken, is echt niet wat je moet doen.

Aanvankelijk, in 1973, leek het brugpensioen een goed idee. De oliecrisis brak de spectaculaire economische groei van de gouden jaren zestig abrupt af. Dat gebeurde net toen er een grote instroom van jongeren kwam – de naoorlogse babyboomers – en toen vrouwen massaal tot de arbeidsmarkt toetraden. De oudsten vroeger op pensioen laten gaan, leek een goed idee.

Landen die mensen vroeg met pensioen sturen,

kennen geen lage, maar een hoge jeugdwerkloosheid

De meeste landen stopten deze dure noodmaatregel rond 1990, toen de arbeidsmarkt weer in evenwicht raakte. De regering-Dehaene probeerde dat ook, maar de vakbonden lagen dwars. Zij hadden de noodmaatregel bevorderd tot een ‘sociale verworvenheid’ en velen gingen geloven dat ze op 58, 55, 52 of 50 al te oud waren om nog te werken.

De werkgevers waren toen al geen voorstander meer van het brugpensioen, maar ze plooiden omdat het stelsel toeliet om goedkoop en zonder veel verzet van de vakbonden personeel te laten afvloeien. De ­regering nam een groot deel van de factuur op zich, als de werkgevers bij voorkeur ouderen afdankten.

Die zonde werd toegedekt met de mythe dat het brugpensioen ­arbeidsplaatsen creëerde voor de jongeren. Een zeldzame uitzondering niet te na gesproken, is dat nooit het geval geweest. Met brugpensioen konden bedrijven personeel afdanken. Punt. Landen die mensen vroeg met pensioen sturen, hebben trouwens geen lage, maar een hoge jeugdwerkloosheid.

Gezondheidskloof dichten

Er bestaan geen goede redenen om brugpensioen weer te promoten. Het is een achterhaald, duur en contraproductief systeem dat de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt ontwricht, en bovendien is het pure discriminatie van de ouderen. De overheid en de werkgevers moeten niet ingaan op die foute eis. Ze moeten nog drie argumenten die de vakbonden en de PVDA hanteren, ontkrachten. Dat is ­zeker nodig omdat ze die argumenten ook zullen aanhalen als de regering straks de pensioenen wil hervormen.

Eén. 55-plussers raken ondanks hun kwaliteiten moeilijk opnieuw aan de slag als ze zonder werk vallen. De toestand is al verbeterd, maar nog lang niet genoeg. Het initiatief van drie parlementariërs om een uitzendkantoor voor 60-plussers op te richten, Sixie, klaagt feitelijk aan dat arbeidsbemiddelaars, werkgevers en overheid op dit punt nog falen.

Twee. Ultravroeg pensioen is ­nodig voor de mensen die minder lang leven en minder lang gezond leven, luidt het. Er bestaat in ons land inderdaad een reusachtige ­gezondheidskloof, en die is volgens de Oeso groter dan elders. Hoog­geschoolden leven langer en zijn langer gezond dan middengeschoolden, en die leven op hun beurt langer en gezonder dan lagergeschoolden en ongeschoolden. Dat verschil in levensverwachting kan oplopen tot tien jaar, het langer gezond leven tot achttien jaar.

Voor de mensen uit groepen die sneller doodgaan, en veel sneller ongezond leven, is de vraag naar vroeger pensioen begrijpelijk. Maar het is het foute antwoord. Je moet de gezondheidskloof verkleinen. In de coronapandemie hebben we getoond dat we veel energie kunnen vrijmaken voor de gezondheid van de mensen. Dat moeten we overdoen om de gezondheidskloof te dichten.

Het derde vervelende nep­argument pro brugpensioen zegt dat de daling van het aantal brug­gepensioneerden gepaard gaat met een spectaculaire stijging van het aantal langdurig zieken. Onderzoek van de ziekteverzekering leert dat veel andere factoren een rol spelen, maar het is moeilijk vol te houden dat minder bruggepensioneerden en meer langdurig zieken niets met elkaar te maken hebben. Toch is er geen nood aan een nieuw brugpensioen, wel aan nieuwe inzichten en niet-repressieve maatregelen om het extreem hoge aantal zieken te verlagen.