Constructieve jaloezie

Een sociaal woningblok in Zweden, dat een warm, maar correct sociaal systeem heeft. afp

Column in De Standaard van 23 september 2021

Jaloezie. Het is en blijft een enorm sterke drijfveer. Onder mensen brengt ze zelden iets positiefs tot stand. Onder staten en regio’s ligt dat anders. Daar is vaak sprake van wat ik constructieve jaloezie noem. De landenvergelijkingen die de EU, de Oeso en anderen publiceren, maken staten, deelstaten en regio’s vaak jaloers, en geregeld gaan die dan leentjebuur spelen bij elkaar. Soms eenzijdig, zoals Franstalig België bij Frankrijk, in het beste geval wederkerig, zoals je de Vlaams-Nederlandse relatie min of meer kunt bestempelen.

Minister-president Jan Jambon (N-VA) en zijn Vlaamse regering meldden vorige week dat ze de blik resoluut richting noorden zullen wenden. Eindelijk­. Dat stond al twee jaar in hun regeer­akkoord. Behalve Nederland, nemen ze voortaan ook de Scandinavische landen Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden als ‘lichtende voorbeelden’. In Kopen­hagen komt een Vlaamse ‘ambassade’ – ‘vertegenwoordiging’ – om de samenwerking met hen te verster­ken.

Vlaanderen staat niet alleen met zijn jaloezie op die landen. Economisch horen­ zij bij de beste, ook voor de arbeids­markt (met over de 80 procent arbeidsdeelname), onderzoek en innova­tie, productiviteit, vrijhandel en marktwerking. Dat maakt veel landen en regio’s afgunstig. En terecht.

Aandacht niet tot het economische

beperken: het noorden is ook warm

Sommige landen en politieke partijen willen hun belangstelling tot het economische beperken. Vlaanderen mag dat zeker niet doen. Wat ons evenzeer aanbelangt, is dat die noordse landen helemaal niet kil zijn. Hun economische succes is onlosmakelijk verbonden met een warm, maar correct sociaal systeem zoals onze bevolking dat ook nastreeft: een ruimhartig sociaal uit­gavenpatroon, met gunstige resultaten op de volksgezondheid en op de gemiddelde levensverwachting, met mooie scores in gelijkheid, gendergelijkheid, erva­ren geluk, rechtvaardigheid, en een hoge graad van civisme of burgerzin.

Om die reden zijn er ook zonder Vlaamse overheid al veel uitwisselingen tussen Vlaanderen en de Nordic-landen in de zogeheten zachte sector. Vlaamse woonzorgcentra bestuderen het Zweedse Tubbemodel: een beheersmodel waarin de ouderen zelf een grote rol spelen. De Vlaamse vertegenwoordiging in Kopenhagen wordt het best een spil om middenvelders en veldwerkers heen en weer ervaringen te laten uitwisselen, ook over wat niet te doen. De noordse ervaringen met privatiseringen in de zorg en het onderwijs zijn niet zo positief.

We moeten de vier Scandinavische landen niet blindelings aanbidden. De Noren blijven soms ook lompe olie­baronnen. De Zweden hebben een overheid die bijna zo groot en log is als de onze. Het zijn goede voorbeelden, omdat­ ze gelijkenissen vertonen met ons én laten zien welke effecten veranderin­gen hebben.

Heel interessant is bijvoorbeeld hun aanklampende sociaal beleid. Ze hebben­ een arbeidsmarktparticipatie van 80 procent en meer – Vlaanderen droomt daarvan – maar dreigen niet om de haverklap uitkeringen te verlagen. Ze houden die hoog, maar laten niet toe dat werklozen ‘ontsnappen’: die worden van meet af aan individueel opgevolgd, krijgen jobs en vorming en werkervaring aangeboden en er wordt duidelijk gemaakt dat van hen verwacht wordt dat ze daarop ingaan. Dat is de richting die onze VDAB al jaren geleden gekozen heeft en die deze ook zou kunnen waarmaken als niet zo beknibbeld was op zijn personeel.

Die vorm van aanklampend beleid en disciplinering zit ingebakken in meeste takken van het sociaal beleid. Ook in de sociale huisvesting: daar wachten ze niet tot lawaai- en vuil­makers totaal ontspoord zijn om daarna met veel poeha en weinig effect te dreigen met zwarte lijsten. Dat wordt daar, van in het begin kort en krachtig opgevolgd. Simpel.

Heel boeiend is ook de vraag hoe die landen zo’n hoog civisme bereiken, zo’n hoge aanvaarding van de officiële normen. Dat heeft, zo zeggen ze, te maken­ met de ervaring dat de hoge belas­tingen die ze betalen, rechtvaardig verdeeld zijn en dat de burger waar krijgt voor dat vele geld, twee elementen die bij ons niet gerealiseerd zijn. Dan is de eerste neiging van de burger niet: hoe kan ik de regels omzeilen en ontduiken, luidt het ginds.

Een derde interessante kwestie is: hoe politieke instabiliteit te verzoenen met relatief stabiel en uitgebalanceerd beleid? Dat lukt ons niet. De Scandinavische landen en Nederland hebben een even versnipperd partijenlandschap als België en Vlaanderen. Regeringsformaties beginnen er al bijna even lang te duren als in België en gaan ook vaak nergens over, tenzij over wie met wie en met wie niet.

Dat doet geen afbreuk aan de relatieve stabiliteit van hun beleid en geregeld maken ze er nieuwe langetermijn­keuzes die goed voorbereid zijn met sterke ambtelijke en wetenschappelijke inbreng. Genoeg redenen om de blik op het noorden te richten en die niet tot het economische te beperken.

Lees het zoals het verscheen in De Standaard:

https://www.standaard.be/cnt/dmf20210922_97607700