De lange baan ruilen voor de lange termijn

Guy Tegenbos, gastspreker 11 juli-viering, Sint-Pieters-Leeuw, 10/7/2022

Het is een eer op deze Vlaamse feestdag te mogen spreken in deze mooie gemeente van het vredige Pajottenland en van de Vlaamse Rand. Ik wil hiermee ook, beste Jan Desmeth, burgemeester, eer betuigen aan degenen die de Vlaams Rand overeind houden en er een goede politiek voeren zoals daarnet geschetst door mevrouw de schepen van Vlaams Beleid, An Speckaert.

11 juli, is niet langer een feestdag over een door Conscience gecreëerd romantische verhaal van de slag van de gulden sporen. Dat was 11 juli tot de jaren zeventig. De viering van een romantische droom.

Sinds 1970-1971 is Vlaanderen niet langer een droom en is 11 juli de feestdag voor de autonomie die geleidelijk verworven werd voor de Vlaamse deelstaat, te vertrekken van de eerste Staatshervorming van 1970-1971.

En waarom vieren we dat? En waarom wilden en willen we die autonomie?

Omdat dit ons beter bestuur zou opleveren.

Dat is het eerste begrip dat ik vraag te onthouden. Goed bestuur, beter bestuur: daar gaat het om.

Goed bestuur, dat is de enige legitimiteit waarop overheidsstructuren – van de EU tot de gemeente – zich kunnen beroepen in mijn ogen.

Ze zoeken zich vaak een mantel in allerlei historische en pseudohistorische gegevens, maar hun enige reden van bestaan is: dat ze het volk welvaart en welzijn en geluk opleveren, zo goed mogelijk. 

Als ze dat niet meer doen, moeten ze vervangen of aangevuld worden.

De Europese landen konden dat niet apart, en daarom is de EU opgericht boven hen.

Het unitaire België kon dat niet meer en viel ten prooi aan communautaire twisten en daarom zijn deelstaten opgericht in zijn schoot.

Als gemeenten te klein zijn om nog goed te besturen, moeten we grotere gemeenten maken.

Vandaag vieren we iets wat we zelf hebben opgebouwd, zonder veldslagen of oorlogen. Autonomie voor Vlaanderen. Omdat we dachten en denken dat dit beter beleid oplevert.

Maar is dat wel zo? Levert dat beter beleid op? Dat wil ik vandaag met u even controleren.

Vandaag zijn er die deze autonomie weglachen en menen dat beter is alles in één hand te geven, de federale.

Zie eens: acht ministers van Volksgezondheid, zeggen ze dan. Eén federale minister is toch genoeg.

Het klopt dat er acht waren die moesten onderhandelen over Covid: 1 Vlaamse, 1 federale (een Vlaming) en 6 van Wallonië, Brussel en de  Duitstalige Gemeenschap. Dat ze met 8 moesten zijn, moet men dus niet aan de Vlamingen verwijten. Bovendien: ze vonden na enige tijd overeenstemming. Acht is maar net ééntje meer dan het aantal partijen dat federaal aan de regeringstafel zit die het hoe lang hoe meer over niets meer eens raken. Daaraan alle beleid toevertrouwen, daar pas ik voor.

De neiging om het land te defederaliseren, Is er trouwens gekomen omdat we het over een aantal materies nationaal of federaal niet meer eens geraakten. Dat gaf onophoudelijk geruzie dat naar onbestuurbaarheid en onnodige meeruitgaven leidde.

Dat was zo omdat de behoeften en de politieke voorkeuren van de landsdelen verschillend waren en zijn.

De verklaring?

België is een tweelandenland. 

Dat is het tweede begrip dat ik graag zou hebben dat u onthoudt. Tweelandenland. Het is een land, ontken dat niet, maar het bestaat uit twee delen die zo van elkaar verschillen dat men ze best ook landen – deelstaten – noemt. Tweelandenland. 

Die deelstaten zijn overigens niet ontstaan in een opvlieging, maar pas jaren nadat alle nationale partijen in twee gescheurd waren omdat Vlamingen en Franstaligen van dezelfde ideologische familie het daarin niet meer eens werden met elkaar. Dat was de werkelijkheid in de jaren zestig. En dat is nog altijd zo. Wie wil refederaliseren, moet maar kijken naar PS en Vooruit, naar MR en Open VLD, naar CD&V en les Engagés en hoe eensgezind die zijn. Niet dus. Ecolo en de Groenen houden de schijn hoog.

Over welke verschillen spreken we dan?

Er zijn grote verschillen op economisch vlak – welvaartverschillen tot 30% – er zijn demografische verschillen (Wallonië en Brussel hebben een veel jongere bevolking vandaag, Vlaanderen vergrijst razendsnel), en er zijn vooral verschillen in politieke voorkeuren. In VL stemt 60 procent rechts of centrum-rechts, in Wallonië 60 tot 70% links of centrum-links

De beleidsvoorkeuren verschillen ook: in de gezondheidszorg bijvoorbeeld: Vlaanderen wil een sterke eerstelijn; Franstalig België plaatst de hospitalen centraal.

Waar ziten de voorbeelden? Vlaanderen kijkt naar noorden: Nederland en de Scandinavische landen, Wallonië kijkt naar TF1, Frankrijk.

De defederalisering is geleidelijk tot stand gekomen omdat zowel het noorden als het zuiden dachten en denken beter af te zijn als ze zelf instaan voor het beleid.

Zes Staatshervormingen hebben we gekend.

De eerste, die van 1970-1971, was de meest evenwichtige. Vlaanderen wilde zelf instaan voor zijn taal- en cultuurbeleid, wou ‘culturele autonomie’, wou vermijden dat een Franstalig minister besliste over de spelling van het Nederlands en over de Vlaamse literatuur. 

Wallonië voelde de economische neergang en gaf de schuld aan Vlaamse ministers (Eyskens, Vlerick) en eiste economische ‘decentralisatie’.

Dat is de Staatshervorming van 1970, een eerbaar en duidelijk compromis: culturele autonomie voor beiden, en een stuk economische autonomie.

Ik heb alle zes de Staatshervomingen meegemaakt als professioneel waarnemer:

De van 1970-71 als student en nadien onderzoeker in de politieke wetenschappen in Leuven

De tweede als medewerker van de eerste Vlaamse regering;

De derde tot de zesde als politiek journalist van de krant De Standaard.

Alle zes de staatshervormingen waren bedoeld om een einde te maken aan eindeloze communautaire betwistingen.

Ik breng enkele symbolen in herinnering.

Het Wafelijzer: de haven van Zeebrugge uitbouwen werd gezien als een voordeel voor Vlaanderen en daarom moest er evenveel geld geïnvesteerd worden in Wallonië en zijn waterwegen, en zo zijn met miljarden franken compensatiegeld, de scheepslift van Strépy en het hellend vlak van Ronquières ontstaan, wereldwonderen, staaltjes van Waals metaalbouw-vernuft, maar helaas hebben ze nergens voor gediend tenzij voor wat toerisme, omdat het scheepsverkeer naar de Waalse industriële bekkens verdween. 

Vlaanderen wou minder betrokken zijn in wapenleveringen aan corrupte regimes. Wallonië wou zijn wapenindustrie blijven steunen. Federale regeringen vielen daarover. Tot het thema van de federale tafel verwijderd werd en de toekenning van exportvergunningen een bevoegdheid werd van de deelstaten.

Om dat soort geruzie en onnodige miljardenuitgaven te vermijden, zijn geleidelijk meer conflictmateries van federale tafel verwijderd, en overgeheveld naar deelstaten. Dat is het derde begrip dat kan onthouden worden: autonomie als vorm van conflictvermijding.

De volgende staatshervormingen, ik breng ze even in herinnering:

De 2de: 1980: voerde de ‘persoonsgebonden materies’ in (de overheveling van de eerste stukken welzijnsbeleid), en droeg de eerste stukken milieu en natuur en afvalbeleid over (OVAM), de sociale woningbouw, de ruimtelijke ordening. Ik herinner me nog in 1981: de eerste bescherming van een vogel in Vlaanderen, de houtplevier. Minister Marc Galle deed het. 

De 3de: 1988 hevelde onderwijs over naar deelstaten. U kan het zich niet voorstellen wat voor ruzies er leefden en bleven leven tussen Nederlandstaligen en Franstaligen over de centen, de communautaire scheeftrekkingen, over de richtingen die men mocht oprichten in het secundair onderwijs, over de leerlingennormen, zelfs over de telling van het aantal leerlingen; die telling werd uiteindelijk aan Rekenhof toevertrouwd, omdat men het niet eens raakte over methode van tellen van leerlingen.

De 4de , die van 1993 gaf extra bevoegdheden aan de gewesten en maakte met de financieringswet ook een aarzelend begin aan de financiële responsabilisering van de deelstaten

De 5de, 2001-2003: gaf extra geld voor Franstalig onderwijs (na jarenlange stakingen in het Franstalig onderwijs) en extra bevoegdheden aan de gewesten

De 6de staatshvervorming, die van 2013 met premier Elio Di Rupo, realiseerde de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en gaf weer extra bevoegdheden aan de deelstaten, waaronder de kinderbijslag en het beleid voor de woonzorgcentra.

Het gevolg van die zes staatshervormlingen is dat het zwaartepunt in de uitgaven nu bij de deelstaten ligt, en dat is het vierde gegeven dat ik graag zou hebben dat u onthoudt. De deelstaten zijn belangijker dan federale staat als de sociale zekerheid niet bij de ene of de andere wordt gerekend (De SZ werkt vooral met geld dat ‘van de sociale partners is’).

Het federaal niveau is nog bevoegd voor het leger, de politie, de justitie, Buitenlandse Zaken, de fiscus, de sociale zekerheid en de pensioenen en stukken van: de gezondheidszorg, de economie, de energie, het klimaat, het arbeidsrecht, de NMBS en andere overheidsbedrijven.

De deelstaten zijn bevoegd voor: onderwijs en cultuur en sport en media, welzijn en een stuk van de volksgezondheid, voor de kinderbijslag, voor het toezicht op gemeenten en de regels lokale verkiezingen (die voor 2024 gewijzigd zijn!!!), voor het woonbeleid, de huurwetgeving (daar is nog niets mee gedaan), voor het grootste deel van het beleid inzake energie, economie en buitenlandse handel (80% Vlaams), werk, innovatie, openbare werken, mobiliteit (behalve NMBS).

Dat heeft, dames en heren, een vrediger beleid opgeleverd.

Wat zijn de resultaten van die autonomie voor Vlaanderen?

We hebben langzaam door de jaren heen, een eigen beleid opgebouwd: voor cultuur, onderwijs, economie, gezondheidszorg (eerstelijn en huisartsen centraal ipv hospitalen), rusthuizen (een kwart meer personeel dan in de andere landsdelen).

De welvaart ligt een kwart hoger dan in Wallonië en 30 procent hoger dan in Brussel.

Vlaanderen hoogt bij de rijkste regio’s in de EU (nog niet bij TOP 5)

Het heeft bij het minst aantal armen en heeft een geringe ongelijkheid onder zijn burgers (top 3 in Europa) 

Het investeert meer dan 3% van zijn brp in onderzoek en ontwikkeling (O&O) en is daarmee een topregio op dat vlak

Vlaanderen benadert de 80% werkzaamheidsgraad (Oost- en West-Vlaanderen halen dat al).

Vlaanderen had zowat de hoogste covid-vaccinatiegraad in de EU.

Vlaanderen doet het goed.

Ik ga hier niet staan juichen en springen, maar meen het wel: Vlaanderen doet het goed.

Maar perfect is het niet.

De bestuursmotor hapert af en toe.

Zelfs als Europa dwingende regels of cijferdoestellingen oplegt, slagen we er geregeld niet in die te halen. Denk aan het klimaat. Onze CO2 verlagen kunnen we maar met 35% (ipv meer dan 40%). De normen voor groene energie halen we in de verste verte niet.

En onze zgn. wicked problems, ingewikkelde problemen, krijgen we maar niet goed.

De tanende kwaliteit van het onderwijs  (we zitten nochtans nog in koppeloton in de EU).

De preventieve gezondheidzorg die ondermaats blijft.

Het werkbaar werk: onze economie draait goed maar het werk is hoe langer hoe minder werkbaar (de SERV, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen meet dat). De stress neemt toe. De burnouts zijn niet meer te tellen.

Het landbouwbeleid: decennia lang was er het gesukkel met de mest, nu met stikstof, en in beide gevallen omdat men niet tijdig landbouwers aangemoedigd heeft om minder in te zetten op dierlijke eiwitten (vlees, melk) en meer op plantaardige producten. We weten al dertig jaar dat we die bocht moeten nemen, en altijd maar is die uitgesteld of genegeerd en ontkend zelfs. Nu zit men met de gebakken peren. Als gevolg van dertig jaar ontkenningsbeleid.  

De betonstop is nog niet gerealiseerd en de lintbebouwing gaat lustig verder: lege gaten naast de wegen tussen onze dorpjes en stadjes worden niet open gehouden maar volgebouwd met appartementsblokken waarvan de inwoners dan vier keer per dag met de auto naar het dorps- of stadscentrum moeten rijden voor boodschappen, school, werk, trein, … waardoor files langer worden en centra – waar men eigenlijk zou moeten gaan wonen –  onleefbaar worden door het verkeer en het parkeren, waarna iedereen verlangt naar huisje op de buiten aan een lintweg…

Als grondige oplossingen en keuzen nodig zijn, worden die vaak op de lange baan geschoven.

Er is geen draagvlak voor, heet dat dan. Terwijl politici er niet zijn om af te wachten tot er vanzelf een draagvlak groeit voor wat nodig is: het is hun job een draagvlak te schéppen voor wat nodig is.

Procrastinatie, heet dat in de psychiatrie: ziekelijk uitstelgedrag. Op de lange baan schuiven. Het vijfde begrip dat u kan onthouden.

Soms doen we het goed. 

In de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, dé sleutel om morgen voorop te lopen, hebben we de 3% bereikt en zitten we aan de top in Europa.

Armoede: door lang volgehouden inspanningen (nog niet genoeg) horen we oop op dat vlak bij de besten in Europa.

En dat is dankzij die autonomie. Dat is de reden waarom we vandaag vieren.

Maar geregeld schuiven we belangrijke kwesties op de lange baan, en dat is ergerniswekkend.

Het langetermijnperspectief in het beleid ontbreekt vaak.

De politiek is erg vaak bezig met de waan van de dag, in het beste geval met 2024, de volgende verkiezingen, en niet met 2030, laat staan met 2040 en 2050. Dat is nochtans wat jongeren terecht verwachten.

Waarom is men zoveel met de korte termijn bezig?

Dat heeft te maken met de grote inloed van de politieke partijen op beleid, die is veel groter dan elders.

En die partijen zijn almaar meer versnipperd. We hebben er nog twee van 20% en een heel pak van net boven of net onder de 10%.

Die zij in de eerste plaats bezig met hun eigen overleven en hebben een obsessie om vandaag, nu, deze voormiddag iets populairder te zijn dan hun concurrenten en die willen ze voortdurende de loef willen afsteken en pootje lappen.

Zich profileren, heet dat.

Op de ultrakorte termijn.

Op zich is het niet erg dat partijen vooral daarmee bezig zijn. In vele andere landen is dat vaak niet anders.

Maar de landen die wij als voorbeeld nemen, hebben instituten die de lange termijn in het oog houden en de politici kennen daar een groot gezag aan toe.

De administratie in de eerste plaats.

En specifieke instellingen zoals in Nederland de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de diverse planbureaus die toekomstprojecties maken. De Policy Horizon in Canada. The committee for the future in Finland en Denemarken. 

Het Vlaamse niveau heeft niet van die instellingen. De studiedienst van de Vlaamse regering, de gezagvolle SVR van destijds, is zelfs afgeschaft. Adviesraden worden ook opzij gezet. De meeste Steunpunten voor onderzoek en beleidsondersteuning, zijn ook geliquideerd.

Ik heb samen met enkele anderen een groep opgericht die Vlaamse regering en Vlaams parlement wil overuigen een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad op te richten. We doen dit in nauwe samenwerking met de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regegeringsbeleid in Nederland. 

We dringen ook aan op meer foresight-studies; toekomstverkenningen.

Gaat dat lukken?

Minister-president Jan Jambon lijkt het belang in te zien, na een aantal gesprekken.

Nu de andere partijen nog overtuigen.

Een sterke administratie is een tweede voorwaarde. Minder kabinetten en een sterkere administratie, is het devies. 

Van minister-presdient Jambon gesproken. En dan nader ik het einde van mijn toespraak:

Bij de viering van twintig jaar Technopolis – het permanente techniekbelevingspark voor jongeren in Mechelen – liet hij zich ontvallen te overwegen het project van zijn voorganger van 40 jaar geleden, Gaston Geens, nieuw leven, in te blazen;

Flanders Technology.

Dat was een grootse campagne en een beurs die Vlaanderen om de twee jaar de technologische vernieuwingen toonde.

Een project van 40 jaar geleden opnieuw opvissen, lijkt niet meteen de meest innoverende en creatieve beslissing.

Maar niet zeuren.

Als hij dit goed doet, kan dat voor Vlaanderen toch wel iets betekenen.

In 1983 heeft Flanders Technology gezorgd dat een heleboel jonge mensen door de technologie geïntrigeerd geraakten.

Voor de Vlaamse bedrijven was dat het moment waarop ze beseften dat de aloude vorm van Vlaams ondernemen – kijken wat de buren doen en dat net iets beter of goedkoper te doen – niet meer volstond en dat ze op eigen kracht en onderzoek eigen innoverende producten moesten ontwikkelen. Dat heeft gezorgd dat de maakindustrie in Vlaanderen niet teloor ging maar een nieuwe adem vond. 

Het heeft Vlaanderen ook topinstituten bezorgd zoals IMEC voor de nanotechnologie en VIW voor de biotechnologie.

Als we eenzelfde innovatie nog eens kunnen bereiken, is dat oké.

Als we meer mensen naar  STEM-opleidingen kunnen trekken (Sciene, Technologie, Engineering en Mathematics) is dat oké.

Als we meer buitenlandse investeringen en beloftevolle studenten uit het buitenland kunnen aantrekken, is dat oké.

Als we onze Economie meer innovatie kunnen bezorgen, als dat allemaal lukt, is het een fantastisch plan.

Vlaanderen zal niet vooruitgaan door belangrijke zaken op de lange baan te schuiven maar door vooruit te kijken en moedig de hand aan de ploeg te slaan. Dat is mijn besluit.

Ik vat samen.

Staatsstructuren, de vraag is: leveren ze goed bestuur op? Dat is hun bestaansreden.

België is een tweelandenland en autonomie voor de deelstaten is een middel om destructieve conflicten te vermijden.

Het zwaartepunt van het land is verschoven naar de deelstaten en dat heeft beter beleid opgeleverd. Dat is de centrale stelling en dat is de reden om te vieren vandaag.

Een zwak punt is: het op de lange baan schuiven van moeilijke dossiers. Belangrijke dossiers. Ziekelijk uitstelgedrag.

Vlaanderen moet veel toekomstgerichter denken en een langetermijnbeleid uittekenen. Daarvoor is een Wetenschappelijke Toekomsraad nodig.

En als het opnieuw tot leven wekken van Flanders Technology daartoe kan bijdragen, kunnen we ons daarin vinden.

Er is dus reden om te vieren maar er is ook werk aan de winkel.